Het meest recente blog

Nieuws

Het schijnt goed voor je geestelijke gezondheid te zijn om geen kennis te nemen van het nieuws. Nieuws verontrust en deprimeert, en het geeft mensen het onterechte idee dat de wereld een steeds minder veilige plek is.

Nieuwsjunkie
Ik raak er niet depressief van, maar opgewekt doorgaans ook niet.
Ik heb weleens overwogen geen nieuws meer tot mij te nemen, maar het is me te radicaal. Ik doe het, bij wijze van halfbakken experiment, al wel een tijdje met minder.

Volledige onthouding is onmogelijk te realiseren. Ik leef samen met een nieuwsjunkie, die tegen beter weten in conversaties met me probeert aan te knopen over hoe erg dat is hè, die peuter die van een galerij viel (ja, uiteraard is dat erg, wat zou ik daar anders van moeten vinden, en sorry, ik begrijp niet wat mijn bevestiging of ontkenning ervan toevoegt aan dit drama, of aan ons leven, maar dat kan komen omdat ik niet helemaal normaal ben, en dat is trouwens niets nieuws).

Nieuwsdieet
Of over BN-ers die relaties hebben verbroken of begonnen zijn.
‘Wat ziet hij toch in haar?’ laat ze zich ontvallen. Dan duim ik heel hard dat de vraag retorisch bedoeld is, zodat ik niet daadwerkelijk een theorie hoef te bedenken over wat iemand die ik niet ken beweegt om een relatie aan te knopen met iemand anders die ik niet ken.
Zulke BN-er-berichten interesseren mij nul en generlei. En dat was ook al zo toen ik nog niet op nieuwsdieet was.

Blij
Toch heeft nieuws nieuwswaarde. Zo vind ik het nuttig te weten dat ik beter niet hand in hand met mijn nieuwsjunkie over straat kan lopen in Polen, Egypte en Dubai. Daardoor kan ik de bewuste keuze maken er niet naartoe te gaan.

En er is nieuws dat me in beweging brengt, of aan het denken zet, nieuws dat ik niet had willen missen.
Van positief, opwekkend nieuws hou ik ook. Zo schijn je van een half uur per week hartslagverhogende beweging al voldoende positieve gezondheidseffecten te ervaren, bleek recent. Zo’n bericht maakt mijn dag goed.
Dus ik neem heus wel wat nieuws tot mij.

Oncomfortabel
Maar niet alles.
Naar verontwaardiging neigende hoon is daardoor mijn deel, als ik bij thuiskomst iets semi-relevants in de categorie ‘Hart van Nederland-nieuws’ niet blijk te hebben meegekregen, of de zoveelste strapats van een buitenlandse politicus heb gemist.
Als je het nieuws niet bijhoudt tel je niet echt mee.

Dat voelt oncomfortabel.

‘Ik ben bang dat ik voor dom word versleten, als ik niet weet wat er gaande is in de wereld,’ zei een vriendin. Ook dat gevoel herken ik.
Trouwens, het is niet alleen een gevoel.
I’ve got news for you: een nieuwsdieet en een pubquiz vormen geen succesvolle combinatie.

Ik heb de juiste balans nog niet helemaal gevonden.

Willekeur

Sommige mensen kunnen een moment aanwijzen waarop voor hen alles anders werd in hun leven, een kantelpunt, waarna alles in de tijd wordt afgezet tegen ‘ervoor’ en ‘vanaf toen’. Iets deed ze het roer omgooien, hun oude leven achter zich laten, overtuigingen afwerpen, ze kijken sindsdien met andere ogen naar de wereld.

Sturing
Ik heb zo’n mijlpaal niet. Mijn leven is een aaneenschakeling van ogenschijnlijk willekeurige momenten waarop de koers wijzigde, vaak samenhangend met een vraag of opmerking van iemand anders, waardoor ik me niet aan de indruk kan onttrekken dat alles ook volstrekt anders had kunnen lopen, of dat enige sturing mijnerzijds ontbreekt.

Rechten, psychologie, geschiedenis, het leken me allemaal interessante studies, hoewel niet allemaal even nuttig.
‘Ga je mee naar een open dag?’ vroeg een vriendin. Ik toog voor de gezelligheid mee naar een opleiding die ik niet overwoog.
Vier jaar later rondden we allebei de opleiding Cultuur en Beleid af (hoog genoteerd in de categorie ‘interessant maar niet erg nuttig’).

Keelpijn
‘Heb je er wel eens over nagedacht teamleider te worden?’ vroeg iemand een paar jaar later.
‘Nee, maar ik zal me er eens in verdiepen,’ zei ik, en vervolgens was ik tien jaar lang leidinggevende. God mag weten welke carrière ik was opgestart als hij die vraag niet had gesteld, omdat hij die dag keelpijn had, of het zich voornam maar het me vergat te zeggen.

Spijt
Toen ik teamleider wilde worden had ik onder meer een selectiegesprek met twee managers. Die vroegen of ik spijt had van mijn studiekeuze, toen ik vertelde dat ik me er kostelijk mee had vermaakt, maar dat ik niet de ambitie had om er iets mee te doen.
‘Nee,’ zei ik, ‘dat heb ik niet.’

Ze vroegen het voor de zekerheid nog drie keer.
Ik had er leuke dingen geleerd, ik had er fijne vriendinnen aan overgehouden, en een diploma. Goed, inhoudelijk gezien was het een – en ik druk dit mild uit – wat magere opleiding, maar daar was nu niets meer aan te doen. Wat wilden die mannen van me horen? Ik vind spijt doorgaans niet erg zinnig.

Morgen
Waren sommige vragen niet aan me gesteld dan had ik vast een ander pad gekozen. Maar ik had ze ook naast me neer kunnen leggen, zoals ik talloze andere suggesties niet heb opgevolgd. Dat kun je geen willekeur noemen.
Ik koos wat ik koos, en hier sta ik.

Ik kan nog steeds honderd andere keuzes maken, vandaag nog. En morgen weer. Dat is geruststellend.
Maar ik hoef niet zo nodig.
En dat is ook geruststellend.

Pauze

Op mijn werk is met de start van het nieuwe jaar nieuwe pauzesoftware uitgerold, die in de gaten houdt of je niet te lang achter elkaar achter je scherm zit te werken, en je vervolgens lastigvalt met tips en pauzes. Al op de eerste werkdag won ik talloze trofeeën voor het verbreken van mijn kersverse aanslagen-per-minuut-record.

Sociaal
De pauzes verschijnen op de meest willekeurige momenten, ze dwingen een typ-stopje af variërend van tien seconden tot tien minuten. Ze zijn voorzien van beweegtips, inspirational quotes van CEO’s, en vragen waar je het antwoord van geacht wordt op te zoeken, zoals ‘Wat is de hoofdstad van de Filippijnen?’, maar hoe dat bijdraagt aan minder schermtijd weet ik niet, en om dat te doen moet je de opgelegde pauze negeren.

Vandaag kreeg ik, na opnieuw een snelheidsrecord te hebben gebroken, een nieuw soort tip in een korte pauze, die deed vermoeden dat ook mijn persoonlijkheid werd gemeten.
‘Word socialer’, heette deze pauze, ‘Vraag een collega wat hij of zij dit weekend gaat doen.’

Ik wilde niemand van het werk houden, mijzelf nog wel het minst, dus ik negeerde deze beroerde suggestie.

Meubilair
De pauzemeldingen volgden elkaar in steeds hoger tempo op. De volgende pauze heette: ‘Waak voor depersonificatie.’
Geïntrigeerd nam ik de tekst van de pop-up door. Dit klonk als een serieuze waarschuwing.
‘Luister je eigen muziek, dat helpt je gedurende de dag dicht bij jezelf te blijven,’ adviseerde het systeem.

Allerhande gedachten drongen zich aan mij op. Wat voorzag dit programma? Vreesde het dat ik me zou vereenzelvigen met het meubilair, met de mails die ik aan het schrijven was, met mijn collega’s? Was ik mijn toetsenbord aan het worden, waar ik zo hard op roffelde?
Wordt depersonificatie de volgende kantoorepidemie? Kan pauzesoftware een naderende depersonificatie even goed herkennen als een psychiater?
En wat zegt de muziek die ik luister eigenlijk over mijn persoonlijkheid?

Oortjes
Ik voelde me, met deze waterval van vragen in mijn hoofd, in ieder geval heel erg mijzelf.

Als iets me al in verwarring bracht dan was het dit pauzeprogramma, waarvan ik eerst socialer moest worden, om me kort daarna in mijn eigen cocon terug te trekken en dicht bij mijzelf te blijven.

Ik typte maar gewoon verder, maar blijkbaar niet snel genoeg, want nieuwe trofeeën kreeg ik vanmiddag niet meer.
Wel nam ik het zekere voor het onzekere, en deed mijn oortjes in om naar muziek te luisteren.

Tien

We leven in het vacuüm tussen Kerst en Oud & Nieuw, een uitgelezen moment voor een laatste blog van het jaar. Moet zoiets over vrede gaan? Over terugkijken, vooruitkijken, dankbaarheid betrachten wellicht?

Melancholisch
Dat past in een eindejaarstrend, maar het zijn activiteiten die ik het hele jaar uitvoer, in weerwil van mijn chronische voornemen om in gedachten toch vooral niet zinloos met gisteren en morgen bezig te zijn, maar met nu.

De krant die ik vandaag lees doet het ook, terugblikken, naar het afgelopen decennium zelfs, en kijkt vooruit, naar het komende decennium. Ik word van zowel terugkijken als vooruitkijken enorm melancholisch, als ik niet oppas. Of misschien is het gewoon de tijd van het jaar, of van mijn cyclus, of allebei.

Kruikje
Tien jaar geleden was ik zwanger. Is dat relevanter om bij stil te staan dan kijken naar het kind dat vandaag voor mijn neus danst? Het kind dat haar stemmingen wisselt met de snelheid van het licht, dat vanmiddag met deuren slaat en vanmorgen in bed kwam vragen om kietels en knuffels. Waar is ze over tien jaar?

Het kind dat vandaag minstens tien keer naar buiten en weer naar binnen is gegaan, alleen en dan weer met een vriendinnetje, huilend, lachend, briesend, rillend van de kou, ‘Mag ik een kruikje mam,’ om een kwartier later weer weg te stampen, naar boven, naar buiten. Het is alsof ze een decennium aan emoties in een enkele dag wil vatten. De vrede in huis is bij vlagen ver te zoeken.

Vandaag
De krant heb ik uit, ik ben klaar met retrospectieven en glazen bollen.
Leef nu.
Leef vandaag.

Vandaag brengt het nieuws een vrouw en kinderen die omkomen bij een lawine. Er zijn negen mensen onthoofd in Nigeria, zo blijkt, en in Somalië vallen 78 doden bij een terreuraanslag.
Er worden geen meelevende hashtags gedeeld in mijn tijdlijn, ne personne est Mogadishu.

Bed
Dankbaarheid dan maar. Dat is een makkelijke, daar ben ik echt goed in.
Dankbaar bijvoorbeeld ben ik dat ik niet in Somalië woon maar hier, dat ik mijn dochter naar haar veilige bed kan brengen, als de vrede in huis is weergekeerd.
In dit huis wel.

Melancholisch, ik zei het toch.

Ruggenprik

Ik had ooit een verloskundige, aan wie ik in een vroeg stadium van de zwangerschap vragen stelde over bevallen met pijnbestrijding. Ik wilde al mijn opties openhouden.
‘We coachen je er tegen die tijd wel doorheen hoor, ‘zei ze, ‘we zorgen dat je in je kracht staat.’

Dreigement
Mijn uitgangspunt is dat iedereen de beste intenties heeft, ook vrouwen die mij in mijn kracht willen zetten als ik de voorkeur geef aan een ruggenprik tijdens een bevalling, dus ik deed mijn best niet geïrriteerd te reageren.
‘Dat geloof ik graag’, zei ik, ‘maar ik geef de voorkeur aan de mogelijkheid van pijnbestrijding.’

Ik ben vóór ecologisch verantwoord en alles, maar er zijn grenzen aan de hoeveelheid natuurlijk die ik kan verdragen.
‘Dan kunnen wij je bevalling niet begeleiden,’ zei ze, met een ondertoon die het midden hield tussen een dreigement en het onderdrukken van een gepikeerd ego. ‘Dan moeten we je overdragen aan het ziekenhuis.’
Fine with me.

Neurodiversiteit
Voor zover ik ooit positieve associaties heb gehad met de term ‘in je kracht zetten’ waren die voorgoed verdwenen.
Groot was dan ook mijn schrik toen ik vorige week voor een artikel in een dagblad iets over autisme mocht vertellen, en de journalist in een conceptversie aangaf dat het netwerk neurodiversiteit van mijn werkgever ernaar streeft mensen met autisme ‘in hun kracht te zetten.’

‘Je zou me er heel blij mee maken als je die term vervangt,’ schreef ik, hoewel het geen quote van mij was en ik er dus niets over te zeggen had.

In de definitieve versie van het stuk worden vooral mijn wat kneuzige kanten belicht, maar daar kan ik mee leven. Ze heeft de gewraakte passage aangepast en het is een mooi artikel geworden.

Aanpassing
Wat blijft knagen is dat een gerenommeerd journalist uit vrije wil met zo’n term op de proppen komt. Speurwerk verricht. Blijkt dat mijn werkgever dit zelf op een website heeft staan.
Au.
Ik moet snel in gesprek met HR, en ze door een tekstuele aanpassing coachen.

Ballen

‘Wat doe je voor werk?’ vraagt ze.
‘Ik zit op het beleggingsverzekeringendossier,’ zeg ik na enige aarzeling, want ik weet niet hoe ik mijn werk anders moet omschrijven.
In gedachten zie ik mezelf op een dossiermap zitten.

Afwisseling
Nee, dat is onzinnig. Het dossier gaat al een tijdje mee. Bovenop een goedgevulde dossierkast zit ik, een beetje gebukt, mijn hoofd tegen het plafond.
‘Ik ben een soort spin in het web.’
Ik hou op me voorstellingen te maken van wat ik zeg.

Dan som ik mijn nevenactiviteiten op het werk op, die omvangrijk in aantal zijn, en meld dat ik parttime werk, want daarbuiten wilde ik een coachpraktijk oprichten en veel in opdracht schrijven, al komt het daar niet erg van.
‘En ik heb een blog,’ zeg ik.
Ze blijft stil.
‘Ik hou van afwisseling.’

Planten
De hoeveelheid activiteiten maakt een wat hysterische indruk. Ik heb ook nog een gezin, en een huis, en wasgoed. En vrienden en familie waar ik tijd mee doorbreng, en een stuk of dertig planten om voor te zorgen, al noem ik die niet, want planten en wasgoed heeft ze zelf vast ook.

Ik zie aan haar dat het indruk maakt, deze waslijst aan bezigheden. Ik moet wel enorm georganiseerd en kundig zijn om al die ballen met succes in de lucht te houden. Ik stijg zowaar ook eventjes in mijn eigen achting.

Opluchting
Tot ik aan mijn to-do-list denk.
Ik ben tot op het bot gestructureerd. Ik heb een notitieboekje, waar ik onder meer een maandelijkse to-do-list in bij hou. En mijn agenda is altijd bijgewerkt, zonder agenda ben ik nergens.

Maar ik ontbeer talent voor plannen uitvoeren. Zo schuif ik, heel ordentelijk, al vier maanden het actiepunt ‘afspraak maken bij de kapper’ vooruit in mijn boekje.
Ik kan me er niet toe zetten. Pas als ik echt helemaal niets anders meer aan mijn hoofd heb waag ik schoorvoetend een poging. Wannéér moet ik dan gaan, wat was mijn wachtwoord voor de website van de kapper ook alweer, heb ik er die dag wel puf voor, balen, als ik kan kunnen zij niet, en was ik er nou altijd twee of drie uur mee zoet?
Het komt voorlopig niet goed uit. Denk ik. Ik weet het niet.

De beste oplossing die ik kan bedenken: ik schrijf het bij mijn to-do’s voor volgende maand.
Opluchting. Wie dan leeft, wie dan geknipt wordt.

Super
Gelukkig is dit geen sollicitatiegesprek, het is een kennismaking in het kader van één zo’n nevenactiviteit. Je ziet mijn gebrek aan executieve functies nergens aan af, behalve aan de highlights die tot vlak boven mijn schouders zijn uitgegroeid.

Mijn uitgroei en ik waren in ieder geval op tijd voor onze door haar ingeplande afspraak. Supergeorganiseerd ben ik.

Appel

Uit nieuwsgierigheid naar de geografische spreiding van mijn voorouderlijke genen besluit ik wangslijm af te staan aan een commerciële DNA-bank.
Wellicht razen er volkeren uit verre landen door mijn bloed, avonturiers die eeuwen terug vanuit andere continenten de wereld introkken en in de lage landen neerstreken.

Admiraal
Ik word overstelpt met matches. Tientallen achterneven en -nichten in de derde tot de vijfde graad hebben ook wangslijm ingestuurd en worden mij voorgesteld.

Ik vind een ver familielid uit Canada, een oude man die beweert dat ik via mijn oma van vaderskant afstam van admiraal en zeeheld Michiel de Ruijter.
Hij stuurt me foto’s van zijn handgeschreven stamboom, in de hoop dat ik de lege takken aan kan vullen, en vergezelt ze van stichtelijke teksten als ‘He has risen’ en een verzoek om te bidden voor twintig kerken die in India zijn afgebrand. ‘Please share xxx means a lot xxx’.

Missing link
Ook neven in de vijfde graad uit eigen land benaderen me met verzoeken om informatie. Ze willen de missing link in onze verwantschap ontdekken, of hun overzicht van families uit Wilsum completeren (van steppenvolken en wortels buiten Europa geen spoor).
Hun drang naar informatie is onverzadigbaar.
Ze gaan ervanuit dat mijn wil om te leveren en mijn interesse minstens zo groot is, want ik heb óók wangslijm ingeleverd, en we zijn immers familie.

Ze raken enthousiast van de ontdekking dat een neef van een opa van hun vader een buitenechtelijk kind van een halfbroer van mijn oma’s oudoom blijkt te zijn, maar ik ben het spoor al na twee generaties bijster. Ik ben de appel die te ver van de boom is gerold, ik deel hun passie niet.

Walvis
In het scheepvaartmuseum wijs ik mijn dochter op een schilderij van Michiel de Ruijter.
‘Deze man is misschien wel een soort over-, over-, over-, overgrootvader van ons,’ zeg ik, met enige trots, maar niet te trots, want met het verleden weet je het nooit.
Daarbij: hij jaagde als zzp-er op walvissen, en ik ben al minstens dertig jaar lid van Greenpeace.