Het meest recente blog

Mier

In de serie onhebbelijke trekjes die ik mijzelf toereken mag die van taalnazi niet ontbreken.
Het is een precair onderwerp, want mijn blogs zijn niet foutvrij, en ik pretendeer niet de spellingswaarheid in pacht te hebben.

Correctie
Daarnaast is het bewezen dat mensen die anderen op hun taalfouten wijzen, minder aardig zijn.

Of in ieder geval minder aardig worden gevonden, al vermoed ik – ik herhaal het nog maar eens – dat dat onderzoek is gedaan onder mensen die veel taalfouten maken, en die al dat ongevraagde gecorrigeer van bemoeizieke betweters zat zijn.

Doorgaans hou ik me in, ik wil niemand een naar gevoel bezorgen.
De kleuterjuf die bij de getekende diamant van mijn dochter het woord ‘diamand’ schreef heb ik er mee weg laten komen.
Bij teksten die een semi-permanent bestaan leiden of door een communicatieprofessional zijn geschreven wordt het moeilijker.

Wil
Het leidt zo ontzettend af.
Als iemand schrijft: ‘We hadden een hele leuke dag,’ denk ik: ‘gelukkig niet een halve,’ en ik lees weer door.
Lastiger wordt het bij: ‘Zij is een hele leuke vrouw,’ want dan denk ik dat óók, en dan zie ik vervolgens een halve leuke vrouw voor me. Maar kies ik dan de linkerhelft of de rechterhelft, onder of boven om te visualiseren? Of is ze maar de helft van de tijd leuk?
Oh wacht, ik was iets aan het lezen.

‘Wilt hij’, mijn maag knijpt ervan samen. Wild word ik daarvan.
Uit een soort zelfkastijding keer ik terug naar de bewuste zin, en ik weeg mijn opties. Moet ik iets zeggen? Hoe kan ik het zo vriendelijk mogelijk brengen, en zonder dat anderen het zien? Met wat smileys erbij, want je weet wel, dat onderzoek.
Of moet ik het laten gaan?
Tijd die ik aanzienlijk nuttiger zou kunnen besteden.

Zelfbehoud
Het gaat om de boodschap, niet om de foutloosheid. Maar ik word fysiek onwel van sommige fouten. Ze leiden af, ze kosten me energie.
Ik corrigeer uit zelfbehoud, het is een egoïstische daad.

Gelukkig kan ik er soms om lachen. Zoals die keer dat iemand tante werd en, zoals een paar jaar terug de hype was, vrij naar de Engelse posters uit de Tweede Wereldoorlog schreef: ‘Keep calm and carry on, I will be an ant.’

Ik heb me ingehouden.
Met zeer, zeer grote moeite, dat wel.

Tesla

‘Wij zagen vandaag 57 Tesla’s,’ zegt mijn dochter tegen een vriendinnetje. Ze vinden het bijzondere auto’s. Onderweg naar huis hadden we in het wegrestaurant boven de A4 een kop soep gegeten, en vele passerende Tesla’s geteld.

Irrelevant
‘Wij waren vandaag naar puppycursus, en wij hebben 77 Tesla’s gezien onderweg,’ antwoordt het vriendinnetje.

Dat kan niet waar zijn, tenzij de cursus onverwacht zo’n 150 kilometer verderop plaatsvond, maar mijn dochter merkt het leugentje niet op, of het boeit haar niet.
Ze vertrekken naar boven en laten de auto’s en de telling voor wat het is. Irrelevant.

Voorbeeld
Over de zin en onzin van een ander kind willen overtreffen met een onwaarheid zijn ongetwijfeld talloze boeken volgeschreven, maar ik heb ze niet gelezen, en het fenomeen intrigeert me.
Waarom zou je moedwillig iets melden dat niet waar is? Het voegt niets toe, ik zie er het nut niet van in.

Nog intrigerender is het feit dat ik me eraan stoor, terwijl niemand iets is aangedaan, mij nog wel het minst.
Laat het los, zeg ik tegen mezelf, neem een voorbeeld aan de meisjes, het is irrelevant. Who gives a shit. Leven en laten leven.

Sinterklaas
Daarbij, de pot verwijt de ketel. Ik lieg er zonder blikken of blozen lustig op los.
‘Ik kan die week niet afspreken.’ (Ik kan wel, maar ik heb al afspraken en ik wil er niks bij.)
‘Sorry, ik heb nog geen tijd gehad om het knoopje er weer aan te zetten.’ (Ik had er geen zin in.)
‘Nee schatje, dit gaat niet over die-en-die, dit gaat over een collega, die ken jij niet.’ (We roddelen over die-en-die, maar blijkbaar iets te duidelijk, en nu ontkennen we dat.)
Maar liegen over het bestaan van Sinterklaas vind ik stom.

Ballast
Ik hanteer overduidelijk een dubbele standaard, en ben dus de laatste die er iets van mag vinden. Daarbij: wat je afwijst in een ander wijs je in jezelf af. Dus waar gaat dit eigenlijk over?

Ik heb geen rust voor dat is opgehelderd. Het is vast iets met projectie, een gekrenkt ego wellicht, iets over oordelen en andere treurigstemmende mentale ballast. Met dank aan 57 Tesla’s en een keelontsteking die me thuishoudt zwelg ik in een nodeloos gecompliceerd zelfonderzoek.

Zen
En waarom? Welk nut dient dat dan allemaal weer?
Ligt iedereen zichzelf altijd zo de maat te nemen?
Als ik nog puf had gehad zou ik daar ook over nadenken, maar ik wil het niet.
Ik heb ernstig behoefte aan mijn innerlijke zenboeddhist, maar die is samen met mijn stem een paar dagen de hort op.

Ik word soms heel, heel erg moe van mijn eigen hoofd. Niet gelogen.

Drankbon

Mijn middelbare school houdt een reünie. Het komt meerdere malen langszij via social media. Ik neig naar een nee, maar er blijken vrienden te gaan, dus het wikken en wegen kan beginnen. Ik klik de status ‘Geïnteresseerd’ aan.

Toilet
Je moet bij de aanmelding vooraf kiezen voor twee drankbonnen, twee drankbonnen + een broodje of twee drankbonnen + buffet. Wie verzint zoiets, anders dan de mensen die over de inkoop van het eten gaan en geen voedsel willen verspillen?
Een nobel streven, maar dit is een middelbareschoolreunie.

Loop je na een half uur tot op het bot verveeld het pand uit? Of trekt de conciërge je tegen sluitingstijd van de toiletten, waar je net als vroeger beschonken een sigaret probeert op te steken, hoewel je al jaren niet meer rookt?
Onmogelijk vooraf te bepalen.

Piloot
De mensen van school die ik nog steeds zie of volg, volg of zie ik nog steeds, dus daar hoef ik niet voor te gaan, en anderen zie ik niet voor niets niet meer. Van de in betweens weet ik vaak de naam niet eens, wat gênante situaties oplevert, die ik ook zonder reünie al vaak genoeg heb.

De mensen waar ik nieuwsgierig naar ben – zo had ik een blauwe maandag verkering met L., die piloot is geworden, op social media kan ik hem niet vinden – zijn er natuurlijk niet. En dan hebben we het nog niet eens over ingewikkelde zaken als antwoord geven op de vraag ‘Wat doe jij tegenwoordig in het leven’.

Humus
Ik laat mijn keuze nogal ruggengraatloos afhangen van of er voldoende mensen gaan waar ik met plezier een middag mee doorbreng, en die blijken er te zijn, en lastige vragen hoef ik van hen niet te verwachten.

Ik zet mijn pijlen op twee drankbonnen + broodje.
Dieetwensen mogen per mail worden ingediend.
Een volkoren speltbroodje graag, met vegetarisch beleg, zoiets als gegrilde groenten met truffelmayonaise, zonder boter alstublieft.

Guilty pleasure

Tijdens een kennismakingsbijeenkomst van een netwerk krijgt iedereen de vraag wat onze guilty pleasures zijn.
Ik blijk als enige in het gezelschap geen guilty pleasure te hebben.
‘Ik vind een heleboel dingen leuk, ik heb pleasures genoeg. Maar over niet één daarvan voel ik me schuldig,’ zeg ik, ter verklaring.

Ik bleek het allemaal weer te letterlijk te nemen, want het eigenlijke doel was dat je iets over jezelf vertelde dat anderen grappig zouden kunnen vinden, of een tikje gênant, en bij voorkeur iets dat niemand achter je gezocht zou hebben.

Vliegveld
Het is trouwens niet waar dat ik me nergens schuldig over voel, of dat ik niets aan mijn eigen gewoontes gênant vind.
In afwachting van een bus downloadde ik in de lobby van een Grieks hotel eens een spelletje op mijn iPad. Iets met een vliegveld en een stadje dat je moest uitbouwen.

Ik heb dat spel in de drie jaar die volgden elke dag gespeeld. Dat moest, want alleen als je elke dag speelde kreeg je steeds grotere beloningen, en ik ben een sucker voor zulk soort dingen. Er kwamen ook nog tijdelijke evenementen bij, met beloningen die ik natuurlijk óók allemaal moest hebben.

Operaties, vakanties, volgeplande dagen met avondevenementen, niets verstoorde mijn routine. Ik beschouwde het als mijn hoofd leegmaken, een dagelijkse portie mindless niksen.
Tot ik er zelf zat van was – rijkelijk laat, dat geef ik toe – en het spel de rug toekeerde.
Ik had die speeltijd natuurlijk veel beter aan andere dingen kunnen besteden.

Skills
Maar ja.
Om dat nou te delen op een netwerkborrel. Dan moet ik ook vertellen dat ik de draad na een jaar weer oppakte, een nieuw vliegveld en stadje begon en de geschiedenis zich herhaalde.
Deze keer was ik er na anderhalf jaar klaar mee, dat wel.
Nu heb ik tijd te over om aan mijn netwerkborrel-skills te werken.

Niche

Ik leerde via LinkedIn iemand kennen die het liften promoot als wijze van vervoer. Een boek en een TED Talk over alle belevenissen en voordelen van liften incluis.
Daar smul ik van. Wat een verrukkelijke niche, en wat moet het fijn zijn om je bestemming in het leven gevonden te hebben (liftend, in dit specifieke geval).

Flow
Ik ben geen schrijver van een boek over herstellen van burn-out met behulp van paardencoaching, of organisatiefilosoof voor het MKB in de metaalsector.
Ik heb geen niche, geen specialisme.
Ik heb, kortom, geen uitgesproken passie.

Het voelt als een gemis, want ik word erg opgewekt van mensen die hun passie kennen en daar vol voor gaan. Die in een flow zitten en de wereld mooier maken vanuit een bezielde overtuiging.
Ik gun mijzelf ook zo’n onderwerp, iets dat identiteit en richting verschaft, een missie die een helder licht schijnt op al mijn keuzes.
De behoefte om iets wezenlijks bij te dragen groeit.
Maar hoe? Met wat?

Hobby
Ik schrijf graag, maar niet fulltime of over één thema. Ik raap wel eens zwerfafval, maar niet pur sang. Ik coach, maar niet volgens een favoriete specifieke methodiek. Opleidingen volgen vind ik heerlijk. Teksten redigeren: I like it. En er is meer dat mij bekoort.
Maar bij de vraag ‘Wat is je hobby’ sla ik al dicht.
Poezen aaien die ik op straat tegenkom?

Ook op het werk combineer ik meerdere rollen.
‘Werkt in zakelijke dienstverlening,’ is mijn functiebeschrijving op LinkedIn, bij gebrek aan een passende functienaam. Zit ik bij HR? Werk ik in de kantine? Doe ik compliance, incasso, de receptie? Joost mag het weten.
Recruiters scrollen snel door, geagiteerd door deze generieke non-informatie.

Puzzel
Mijn hart gaat van veel dingen sneller kloppen. En als ik iets heb ontdekt en uitgeprobeerd, neergezet en vorm heb gegeven krijg ik zin in wat nieuws.

En ik weet nog niet hoe dat allemaal samenkomt, later als ik groot ben.
Maar later is nu. Ik ben al heel lang groot. En ik ben drukker met de reis dan de bestemming.

Voorlopig ga ik maar gewoon door met dingen doen die me blij maken.
Ooit vallen de puzzelstukjes in elkaar.
Of misschien is alles al goed zoals het is. Kan dat ook een profielbeschrijving zijn?

Walvis

Dat je lichaam na je veertigste minder eten nodig heeft weet ik al een tijdje, maar niemand heeft mijn maag over dit gegeven geïnformeerd, die hongerig blijft als van een kind in de groei.
Met vergelijkbaar effect, zo blijkt nu.

Rondingen
Maar mijn kleren groeien niet mee. Ik ben de vleesgeworden meme, waarin mijn hart om chocola vraagt, maar mijn jeans ‘For the love of god woman, eat a salad’ roepen.
Hartelijk lachte ik vroeger, argeloze dertiger, om dat plaatje. Onwetend van de kilo’s die komen zouden.

Ik weet heus wel wat ik aan dit probleem moet doen, maar een kat in een nauwe spijkerbroek maakt rare sprongen.
Kort overweeg ik of ik een vrouw kan zijn die haar rondingen omarmt. Ik kan een carrière als plussize-model opstarten op Instagram, of in een badschuimreclame figureren als ‘the curvy one’.

Dit vereist in ieder geval de minste aanpassingen aan mijn levensstijl. Ik hoef alleen een nieuwe garderobe aan te schaffen, eentje op de groei, en alle problemen zijn opgelost.

Excuus
Alles vervangen is echter wel wat duur, en weinig milieubewust.
Daarbij hou ik van de kleren die ik al heb, en niet van winkelen.

Mijn geweten wijst me er bovendien fijntjes op dat ‘omarmen’ niets meer of minder dan een excuus is om niets te doen, verpakt in een bedrieglijk zelfacceptatie-doosje.
De weg van de minste weerstand.
Een ongezonde weg ook.

Minder
Blijven over: meer bewegen en/of minder eten.
Sodeju. Het leven van een drie-en-veertiger gaat duidelijk niet over rozen.
Maar dit is een makkelijke keuze, want meer sporten acht ik net zo’n realistisch plan als het opstarten van een succesvolle plussize modellencarrière.
Eentje in de categorie ‘als het echt moet kan het altijd nog’.

We gaan dus gezonder eten. En iets minder dan voorheen.
En dan zien we wel waar het schip strandt.
Of de walvis, als het mislukt.

Dons

Onlangs kocht een gezinslid een winterjas van een merk dat ik niet zal noemen, het oerdegelijke huismerk van een oer-Hollandse belangenvereniging voor fietsers en automobilisten, die ik ook niet bij naam zal noemen, want als ik met pech langs de weg sta wil ik dat ze me komen helpen, ondanks plasticlabel-gate.

Hulsje
Ik draag niet zo veel bij aan het huishouden, maar ik heb mijn taakjes, zoals de was doen, en het opbergen van de bijgeleverde reserveknopen van nieuwe kleren die het huis in komen.

Aan het label van de jas tref ik een doorzichtig plastic hulsje, met de lengte en dikte van mijn pink, gevuld met dons, met daarop de letters ‘DONS’. Ook staat op de labelkaartjes uitvoerig beschreven dat het een jas is, gevuld met dons. Het kan niemand ontgaan dat deze jas gevuld is met dons.

Prullenbak
Ik ben geen dons-activist. Ik ben sowieso maar sporadisch te betrappen op activisme. Maar mijn brein, blijkbaar in voor een strijdlustig verzetje, focust op het plastic omhulsel met dons.

Het hulsje vervult ontzettend geen enkele functie, behalve misschien dat het de nieuwsgierigheid bevredigt van de mensen die niet weten hoe dons er uitziet. En ook dan zal het, na een blik op de inhoud, in de prullenbak worden gegooid.
De stuitende zinloosheid ervan laat me niet los.

Revolutie
Het is tijd voor actie, met mopperen verander je de wereld niet.
Ik moet mijn werk bellen en melden dat ik thuisblijf als klimaatspijbelaar.

Nee, beter van niet.
Een mailtje aan het kledingmerk wordt het.

Ik heb hooggespannen verwachtingen. Ik ontketen vanaf de bank eigenhandig een plasticvrije winterjaslabelrevolutie, met mijn oprisping van fanatisme.

Memo
Ondertussen verkneukelt de klachtafdeling zich over mijn mail.
‘Jongens, moet je horen, ik heb een klacht binnen over een jas. Nou ja, niet echt over de jas, maar over dat plastic dons-ding, dat aan de productinformatiekaarten hangt. Wie moet daar antwoord op geven?’
‘Het plastic wattes?’
‘Kijk, ze heeft een foto meegestuurd. Dat dingetje met dons erin.’

Het memo waarin werd besloten de plastic donscapsules aan de jassen te hangen is onvindbaar, er kan niemand ter verantwoording worden geroepen. Het is niet duidelijk wie hier een knoop over moet doorhakken, marketing en productie en public affairs wijzen naar elkaar.
De klacht verhuist naar de backlog en leidt daar een slapend bestaan.
Het gevogelte in de donsfabriek blijft zacht snaterend plastic hulsjes vullen met hun mooiste dons.
Ik wacht vergeefs op antwoord.

Dons.png