Contact

Stardust

Binnen 24 uur hoor ik op drie verschillende plekken het nummer ‘Woodstock’ van Matthew’s Southern Comfort. Dat kan geen toeval zijn, ook als je meerekent dat ik het in mijn playlist heb staan en de eerste plek daardoor mijn eigen auto was.

Comfort
Toeval bestaat niet, zegt men, alles gebeurt met een reden. Zo kun je achteraf betekenis toekennen aan betekenisloze gebeurtenissen. Of een positieve draai aan negatieve gebeurtenissen.
‘Ik werd afgewezen voor die ene baan en daar baalde ik toen enorm van, weet je nog? Maar de baan die ik nu heb is nog veel leuker.’
‘Zie je, het heeft zo moeten zijn.’
Het geeft wat comfort in dit chaotische en onvoorspelbare leven.

By the time we got to Woodstock
They were half a million strong

Vliegtuig
Ik roep het zelf ook regelmatig, ‘Dat gebeurt niet voor niets.’
Maar diep van binnen doe ik niet aan zulke betekenisgeving.
Als het waar is dat alles een reden heeft, zou de stelregel altijd toepasbaar moeten zijn. Niet alleen naar believen.
En ik weet niet wat de reden is dat ouders een kind verliezen, dat mensen ongewild kinderloos blijven, dat vliegtuigen neerstorten.

Dan gaat het in het nieuws over de mensen die door toevallige omstandigheden de vlucht misten en de dood ontsprongen.
Dat heeft zo moeten zijn, denkt de kijker ontroerd.
Maar de mensen die wel in het vliegtuig zaten dan?
Moest dat ook zo zijn?

Pindakaas
Jaren terug vertelde Oprah dat ze zich de gewoonte aan had gemeten om haar beschermengelen te bedanken. Ook voor kleine dingen.
Valt je boterham pindakaas op de grond, met de pindakaas naar boven, dan bedank je je beschermengelen.
Wie die boterham in eerste instantie over het randje van je bord had geduwd wist niemand, want daar ging de aflevering niet over.
Wel over dankbaarheid.

En van dankbaarheid hou ik. Zekerheidshalve ben ik het regelmatig, enorm, want ik heb heel veel om dankbaar voor te zijn, en het zou ondankbaar zijn dat niet te beseffen.
Al weet ik dan weer niet wie ik dankbaar ben voor alles waarvoor ik dankbaar ben.
Moet er ook een ontvanger zijn voor dankbaarheid?
En is dankbaarheid ook maar gewoon een manier om om te gaan met willekeur?
Een bezwering, om te laten zien dat ik het heus allemaal waard ben, zodat het me niet wordt afgenomen?
Ingewikkeld.

Tuin
We are stardust
We are golden
And we’ve got to get ourselves
Back to the garden

Juist, the garden.
Het is een hint. Dank u. Ik moet wat vaker in de tuin zitten en me niets afvragen.

Bloemenschaamte

Mijn moeder koopt nooit bloemen.
‘Die worden in kassen of met veel gif geteeld. Dat is slecht voor het milieu.’ Zo sprak zij, als early adapter van milieubewust leven, in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Toen waren de effecten van ons gedrag op onze leefomgeving ook al bekend, voor wie het weten wilde, maar het gros van de mensen wilde dat niet.

Publieke opinie
Dat was overzichtelijk. Ofwel je bent je niet bewust van het effect van vliegen en vliegt de halve wereld rond zonder schaamte.
Ofwel je kent het effect en vliegt niet.
Of je kent het effect en hebt er schijt aan, en je vliegt alsnog de halve wereld rond, zonder schaamte.
Ieder zijn meug.

Nu kent iedereen de gevolgen, en zitten we opgescheept met termen als vliegschaamte, vleesschaamte en bloemenschaamte. Je koopt aardbeien in de winter (foei!), en gaat je daar vervolgens over zitten schamen, want dat vraagt de publieke opinie van je.

Motivator
Er wringt iets bij deze schaamteparade. Schaamtegevoel gedijt bij geheimhouding, bij het niet delen met anderen. Dat staat in contrast met deze nieuwe begrippen van publiek te belijden schaamte.
‘Hier heb je een bosje bloemen voor je nieuwe huis, sorry, ik schaam me er een beetje voor dat ik ze gekocht heb,’ zei niemand ooit.
‘Dank je. Ja, ik schaam me nu ook een beetje dat ik ze heb gekregen. Ik zal ze even in een vaas zetten.’

‘Ik schaam me er echt ontzettend voor, en ik ga het morgen weer doen, sorry, maar mag ik alsjeblieft een tall decaf latte in een wegwerpbeker?’

En schaamte als motivator voor het maken van andere keuzes?
Kansloze missie. Welke keuze je ook maakt, er blijft altijd iets over om je voor te schamen.
Wegwerpluierschaamte.
Ik was de luiers zelf, maar ik heb wel kinderen-schaamte.
Ik besta, dus ik belast het milieu-schaamte.

Plezierig
Niemand die de vinger heft naar een ander is onschuldig aan het belasten van zijn of haar omgeving. Ik hoop op een spoedig einde van de schaamte-epidemie. Dan kunnen we weer met een plezierig gevoel milieubewuste keuzes maken. Niet om schaamte te vermijden, niet omdat iemand met een vermanend vingertje wijst.
Maar omdat het ons blij maakt, omdat we ons verantwoordelijk voelen voor onze omgeving. Omdat het nodig is. Omdat we het graag willen.

Memento mori

Ik was vol goede moed onderweg naar een vakantiehuisje, waar ik een midweek in mijn eentje zou verblijven. Op de A1 overviel me de gedachte dat de bestuurders van de auto’s om mij heen over een jaar of tachtig dood zouden zijn. Allemaal.
Ze dachten misschien dat ze een geliefde, een minivakantie of hun werk tegemoet reden, maar ze reden op hun sterven af. Ik trouwens ook.

Hutje op de hei
‘Ga lekker een paar dagen alleen weg’, zei mijn vrouw een paar weken terug. Ze bleef liefdevol aandringen op mijn vertrek. Ze vond een huisje voor me op de rand van bos en weiland.
Ik sputterde voor de vorm nog wat tegen, maar hier zit ik dan, op de Veluwe, met boeken, een laptop en twee nog niet gelezen kranten.

Schaduw
Wie zal er nog om mij en al die andere weggebruikers rouwen, of aan ons denken over honderd jaar? Niemand, vermoedelijk, tenzij ik toevallig een toekomstig Nobelprijswinnaar heb ingehaald.
Het is een troostrijk besef dat er van al die hoogte- en dieptepunten die al die weggebruikers en ik beleven, over honderd jaar weinig tot niets resteert.
In dat perspectief worden kleine zorgen nog veel kleiner. En grote zorgen heb ik gelukkig niet.

Maar het besef van mijn eigen sterfelijkheid wierp een kleine schaduw op deze zonnige dag.

Stoïcijns
Dat Google meeluistert met wat je zegt was mij al bekend. Dat mijn telefoon gedachten kan lezen niet.
Na een wandeling op de hei lummelde ik, ondanks de dreigende dood, rond op Facebook. Er kwam een gesponsord bericht voorbij van Daily Stoic.

Meditating on your mortality is only depressing if you miss the point’, schreven ze.

Die was voor mij bedoeld, dat kon niet anders. En gelukkig, ik had alleen even een punt gemist, dit was op te lossen. Het zou goedkomen met mij en de schaduw.

Tijd is een geschenk
Death doesn’t make life pointless but rather purposeful. Treat your time as a gift and do not waste it on the trivial and vain,’ schreven mijn nieuwe vrienden.

Ik voelde me meteen een beetje schuldig, want ik zat mijn tijd ontzettend te verkwanselen, onder meer aan een Sudoku uit de meegenomen krant.
Maar ik besloot snel om daar, geheel in stijl, stoïcijns onder te blijven.

Oppervlakkig besteed of niet: dat tijd een geschenk is, is bij mij niet aan dovemansoren gericht.
Vandaag weer lekker de hei op, nu het nog kan.

Afdelingsdag

‘Dat had ik nou echt helemaal nooit achter jou gezocht, weet je dat?’
‘Wat niet?’ vraag ik. De collega en ik hebben net een kennismakingsgesprek afgerond.
‘Dat je met een vrouw bent!’

Hoe moet ik daar op reageren?
Misschien had ik moeten vragen waarom niet, maar ik wil hem en mijzelf niet in verlegenheid brengen door die vraag en/of het antwoord. Ik zeg alleen maar: ‘Oh.’
We zijn met het middagdeel van de Afdelingsdag gestart, en ik zit er al aardig doorheen.

Samenwerking
Alle zichzelf respecterende grote bedrijven houden afdelingsdagen. Je Eigen Team en de Andere Teams van de Afdeling worden bijeengebracht op een externe locatie, die door de centrale ligging voor iedereen ver reizen is en zelden goed bereikbaar met het OV.

Ter plaatse combineer je inhoudelijke dingen (in de ochtend, bij voorkeur met aftrap door iemand uit de hogere echelons en af te sluiten met een lijst actiepunten of een herijkte strategie) met informele spelletjes (in de middag, met een prijsje voor de winnaars en een foto voor bij het verslag in de nieuwsbrief).
Dit alles om de Samenwerking te bevorderen.
Je sluit af met een borrel.
Als er voldoende budget is krijg je er avondeten bij en kun je na de files weer naar huis.

Sabbatical
Je mag een gegeven uitje niet in de bek kijken, en ik vind mijn collega’s aardig. Ik leer ze graag beter kennen. Ik werk graag beter met ze samen. Heus. Ik ben niet cynisch of ironisch of ondankbaar. Ik bedoel het althans niet cynisch of ironisch of ondankbaar. Ik doe al twintig jaar braaf mee met afdelingsdagen.

Maar ik ben er simpelweg niet voor gebouwd. Ik moet daarna een week op sabbatical, of op z’n minst drie dagen onder een deken in bed liggen, om bij te komen van al die interactie.

Javaanse Schijf
Na het speeddaten spelen we spelletjes met geiten in de wei, en dan is het tijd voor de BBQ. De gastvrouw van de vergaderlocatie-in-het-groen opent het buffet met een toelichting.
‘Hier is een bak met wat vegetarische dingen, want ik heb begrepen dat er een vegetariër bij is.’
Bedremmeld steek ik mijn hand op.
‘Jij mag eerst,‘ zegt ze vriendelijk, ‘en als er wat overblijft mag de rest wat uit die bak nemen.’

De enige vegetariër in een gezelschap van veertig mensen. Ik voel me twintig jaar terug in de tijd gezet.
Opgelaten laat ik me naar het buffet duwen, waar de tijdreis zich voortzet. In de bak ligt, naast gegrilde halumi en paprika, een Javaanse Schijf. Dat is een wat taaie schijf van een ondefinieerbare smaakvrije substantie, in feloranje paneermeel gehuld, die na de jaren negentig geheel terecht in de vergetelheid is geraakt.
Uit beleefdheid leg ik ‘m op mijn bord.

Wakker
‘Dus jij bent vegetarisch!’ zegt iemand tijdens het eten. Het is een constatering, even droog als de schijf op mijn bord, zonder enige blijk van afkeuring of goedkeuring of vervolgvraag.

Hoe moet ik daar op reageren?
Nee, ik ben niet vegetarisch, maar ik eet wel vegetarisch, als ik zo onaardig mag zijn je te verbeteren, en nu ga ik deze zorgvuldig voor mij uit de archieven opgediste Javaanse Schijf opeten, en dan rij ik terug naar mijn vrouw, want die heb ik, of je dat nou verwacht of niet, en dan stort ik neer op de bank, in de wetenschap dat ik straks niet kan slapen en in bed nog urenlang betere reacties lig te verzinnen op vragen en opmerkingen waar ik vandaag niets op wist te zeggen. Niet omdat ik dat wil. Maar omdat het zo werkt.

Mus

Een tijd terug schreef ik over het volgen van je hart, toen we een keuken kochten bij een zelfstandig ondernemer die niet aan voorwaarden met ‘kleine lettertjes’ deed. Misschien had mijn hart een offday. Met die keuken hebben we zoveel gezeik dat de lijst van niet nagekomen beloftes en niet passende onderdelen in normaal lettertype minstens twee A4-tjes beslaat.

Trauma’s
Woensdag komt opnieuw iemand een poging wagen om van de keuken een werkend en compleet geheel te maken. Ook komt er die dag eindelijk iemand een kastje installeren bij de haard, die al ruim twee maanden geleden geplaatst is en nog niet werkt. En de kitter komt.

Dat is mooi, want dan kunnen de mannen elkaar vermaken bij de koffiepauze. Ik wil, hoe aardig de meesten van hen ook zijn, geen dagelijks commentaar meer leveren op het weer of verhalen aanhoren over dramatisch verlopen klussen. Of over jeugdtrauma’s en dikke exen. En van onderstaand soort gesprekken heb ik ook genoeg.

Yab Yum
X en Y (die van de dikke ex-vrouw) staan te roken in de tuin.
Ik denk aan de sigarettenpeuken die ik elke middag uit de tuin en van de stoep pluk en forceer een glimlach op mijn gezicht.
‘Gaat het goed, mannen?’
X: ‘We wachten even op Z.’
Ik: ‘Ik weet ook niet waar hij is, hij is al een tijdje weg.’
Y: ‘Hij is naar Yab Yum.’
Ha. Ha. Ha. Naar Yab Yum. Wat een lol jongens. Ik kom niet meer bij.

Y kijkt ondertussen nauwlettend of ik dat shockerend vind, zodat hij zich daar met X over kan verkneukelen.

Maar mijn shock betreft vooral het belabberde niveau van deze grap, die in de verste verte niet grappig is. En hoeveel jaar is die tent eigenlijk al dicht? Waarom moet ik dit soort gesprekken voeren en sigarettenpeuken oprapen?
Oh ja, omdat we ons huis wilden verbouwen. En ze maken er iets moois van.

Vragen
Ik heb meerdere keren overwogen de keukenondernemer op social media met modder te besmeuren, maar de pacifist in mij gelooft niet in wraak. En we wachten nog steeds op wat onderdelen, dus ik neem liever geen risico.

Het zijn luxeproblemen, ik weet het. Mijn leven is er vol van. Ik kan me het hoofd breken over de slechte aftersales van sommige bedrijven. En waarom bellen mensen niet terug als ze beloven terug te bellen?
Er zijn ook dagen dat ik me afvraag waarom we een fysiek lichaam hebben gekregen. En waarom we met ziekte en verval te maken krijgen.
Maar op sommige vragen krijg je gewoon geen antwoord.

Zandbad
Als iedereen ons huis na weer zo’n enerverende dag heeft verlaten nemen de mussen tevreden een zandbadje in de door mij opgeschoonde border. Ze malen niet om aftersales, verbroken beloftes en de aardse cyclus van het leven. Kan ik nog wat van leren.

Deurgreep

Het lastige aan schrijven over mijn leven is dat er veel mensen in mijn leven zijn die misschien helemaal niet zo expliciet met hun wel en wee in mijn blog willen voorkomen. Ik doe aan struisvogelpolitiek: ik vraag niet of ze het leuk vinden.

Nietsontziend
Er heerst een overtuiging dat je nietsontziend moet zijn, als schrijver. Maar ik voel grenzen. Ik anonimiseer een beetje en hoop dat niemand er over valt.
Dat lukt natuurlijk maar tot op zekere hoogte. Van partners en gezinnen bijvoorbeeld heb ik er maar één.
En ik schrijf juist zo graag over wat ik met anderen mee maak.

BBQ-saus
Echt problematisch is die censuur-kwestie overigens momenteel niet. Tussen voetoperatie, werk, een verbouwing en een verhuizing door heeft mijn sociale agenda de levendigheid van een pas gestorte zandcementen dekvloer.

Ik heb meer werklui gezien de afgelopen maanden dan vrienden, meer woonwinkels en doe-het-zelf-zaken dan restaurants. De schafthoek van de klussers daargelaten, met hun beduimelde koffiezetapparaat, een bovenmaats tosti-ijzer en een fles BBQ-saus op een plank op schragen.

Groot respect heb ik voor wat ze maken (in mijn huis, niet in het tosti-apparaat). Maar inspiratie bieden de conversaties over het aantal wandcontactdozen en hun locatie mij niet.

Laminaat
Al die keuzes, het is hemeltergend. Met elke knoop die we doorhakken ontstaat een volgend dilemma. Wat komt er op de slaapkamervloer? We willen allebei iets anders. Voors en tegens afwegen, besluit nemen. Het wordt laminaat.
Opluchting, hoofdstuk afgesloten.
Dacht ik.
Maar het moet nog worden gekocht en daarvoor moet je naar winkels. Daar had ik even niet bij stilgestaan.
En dat is nog maar het begin.
Welke kleur laminaat? Met of zonder groef? Leggen we het in de breedte of de lengte? Platte of opstaande plinten? En door, naar de muren en de raambekleding, en de volgende kamers, waar weer nieuwe vragen wachten.

Mening
Het doorzettingsvermogen waarmee mijn vrouw al wekenlang op internet naar bakelieten deurgrepen zoekt neemt ondertussen verontrustende proporties aan. Ik heb ook meer screenshots van bakelieten deurgrepen gezien dan vrienden.

Oh help, dit was misschien iets te nietsontziend.
Ik kan er niets aan doen. Ik heb simpelweg geen puf meer om na te denken over mijn of andermans grenzen. Een mening heb ik trouwens ook niet meer.
Bij de eerstvolgende deurklink die ze me laat zien zeg ik: bestellen. Nu.

Project

‘Waar beginnen ze aan? Ik krijg al stress als ik er naar kijk,’ denk ik doorgaans, als we met een aangename mengeling van afschuw en fascinatie kijken naar uit de hand gelopen verbouwingen in ‘Bouwval gezocht’. Wat we graag doen.
Zelf kochten we een goed onderhouden huis uit de jaren vijftig, waar niets aan mankeerde. Nou ja, als je aan de oppervlakte keek dan.

Schroevendraaier
De keuken in ons nieuwe huis willen we niet. Een echtpaar komt er op af, al twee jaar zoeken ze op Marktplaats een keuken van precies deze maat. Ze kunnen snel terugkomen om hem mee te nemen. Ik ben opgelucht, en zak zonder al te veel protest flink in prijs.

De man van het stel komt de keuken een paar dagen later ’s avonds ophalen. Vier jongens volgen in zijn kielzog. Ze torsen een accuboor en een setje schroevendraaiers van de Action mee, nog nieuw in de verpakking.
‘Zullen we eerst even afrekenen?’ zeg ik, en sla alle pogingen om nogmaals in prijs te zakken dapper in de wind.

Project
‘Wauw, mevrouw, dat is een flinke verbouwing,’ zegt één van de jongens prijzend. Hij inspecteert de gestripte plafonds, de losse radiatoren en de bouwput naast de keuken, waar net beton in is gestort.
Mijn eigen ‘Bouwval gezocht’. De verbouwing behelst wat meer dan gepland, en dat is een understatement. Maar we houden moed.
‘Ja he?’ zeg ik opgewekt, ‘het is nogal een project.’
Dat we over drie weken al moeten verhuizen zeg ik niet.

Ze werpen zich op het demonteren van het keukenblok. Na een kwartier laatjes open en dicht trekken en wat snijden in de kit (een nieuw stanleymes hebben ze ook mee) komt de jongen die onder de indruk was van de chaos naar me toe. Er is welgeteld één ladefront los, dat niet los had gehoeven.
‘Mevrouw, kent u iemand die de keuken er voor ons uit kan halen vanavond?’
Helaas, nee, die ken ik niet.
Hij gaat iemand bellen.

Nieuw haar
‘Ja, nee, je moet komen, je komt niet voor niets, je komt echt voor iets, je weet toch. Wacht, ik geef je de Bolle’, hoor ik hem in de gang zeggen. De jongen die de Bolle wordt genoemd komt even later op me af. Hij heeft inderdaad een flink postuur.
‘We hebben geslijmd’, zegt hij met een knipoog, ‘over anderhalf uur is hier iemand die weet hoe het moet.’

Anderhalf uur later wordt de keuken in een oogwenk vakkundig uit elkaar gehaald en een busje in gedragen door het gezelschap.
Maar niet door de Bolle.
‘Ik mag me niet inspannen,’ zegt hij. ‘Ik heb net nieuw haar.’
Hij toont me de bovenkant van zijn schedel.
‘Ziet er goed uit,’ zeg ik beleefd. Ik heb geen idee waarom hij mee is.
‘Zeven uur in een stoel gezeten voor dit stukje haar, was echt zwaar. En die prikken waren pijnlijk hoor, je weet toch. Over een half jaar moet ik terug voor de rest.’

Tegen die tijd is onze verbouwing denk ik ook wel klaar.