Contact

Rijm

Rond 5 december, een publiek geheim
Schrijf ik mijn stukken graag op rijm
En zoals het hoort bij een sinterklaasgedicht
Ben ik voor een terugblik gezwicht

18 oktober vorig jaar
Zette ik mijn eerste blog hier klaar
Ik vertelde het nog niet aan anderen
Maar dat zou snel veranderen

Spannend was het, dat geef ik toe
Een groentje was ik, in het online leven
Maar gelukkig is het niet bij de eerste gebleven
En ik ben het schrijven nog niet moe

Alles kwam voorbij in mijn monoloog
Of het nou verdrietig was of fijn
Worstelingen, groot en klein
Muizenissen,
Hindernissen,
Of hoe ik soms mijzelf bedroog.

Reacties kreeg ik, positief
En steeds meer mensen lazen mee
De complimenten waren reuzelief
Ik wist mij gesteund voor twee

Soms vraag ik me af: wat bezielt me,
Is het niet een beetje tè,
Alles open en bloot te delen,
Zou dat niemand gaan vervelen?
Maar schrijven kan ik toch niet laten
Dat had ik al heel jong in de gaten

En sja, ik geef het ruiterlijk toe
Van mijn gedachten word ook ik wel eens moe
Meerdere rijmschema’s in een gedicht, kan dat wel?
En het metrum loopt voor geen meter
Dit moet eigenlijk beter
Maar gelukkig, wat mildheid meldt zich snel

En kijk ik er met liefde naar
Dan glimlach ik en ik verklaar,
(en ja, ik stop dit rijmen heel erg gauw
Want anders wordt het echt te flauw)
Bloggen zal ik ook het komend jaar.

Mini-retraite

Ik werd aan mijn voet geopereerd, en moest gedwongen een paar weken rust houden. Het zou een pijnlijk herstel worden, zo was het vooruitzicht, maar ik bekeek het van de zonnige kant. ‘Ik zie het als een mini-retraite’, zei ik tegen een collega.

Eindelijk even geen werk- en huizenstress. Ongestoord overdag mediteren, de woonbladen lezen die ik had verzameld ter inspiratie voor het nieuwe huis, ontspannen leren voor een wat onhandig gepland examen in de week na de operatie. De afgelopen maanden waren druk geweest, ik was toe aan rust.

Vegeteren
Vijf dagen zijn verstreken sinds de operatie. Ik begin mijn bedenkingen te krijgen bij deze kleine sabbatical. Ik klaag niet, want je kijkt een gegeven rustmoment niet in de bek, maar wat is dit voor retraite, waar ik in houding alleen kan kiezen tussen zitten met gestrekt been of op mijn rechterzij liggen? En de huiskamer, waar ik overdag op een stukje bank lig te vegeteren, is niet bepaald het epicentrum van rust.

Kaal huis
Ik heb geprobeerd te ontspannen, heus. Ik heb de woonbladen gelezen. Na vijf huizen met zachtroze en groene muren en zwart-stalen openslaande tuindeuren voor de industriële look – niet omdat dat nu in is, echt niet, gewoon omdat de bewoners erg van zachtroze en groen houden – had ik het wel een beetje gezien. Ik wil in mijn nieuwe huis geen kale peertjes met quasi-nonchalant opgerolde snoeren boven de eettafel. Of messing, fluweel, draadstalen bijzettafeltjes en ‘de kleur van specerijen’, want ik heb van dat alles een overdosis tot mij genomen.

Gelukkig ben ik voorlopig niet in staat in woonwinkels rond te slenteren. Tegen de tijd dat ik dat weer kan is mijn weerstand hopelijk gezakt. Anders wordt het een heel kaal huis, dat nieuwe huis van ons.

Ochtendzon
Het hoogtepunt van creatief copywriten over wonen was een stukje over de aanbouw van een serre. Om in te ontbijten of te genieten van een goede kop koffie – dit waarschijnlijk voor wie een serre overweegt maar nog niet goed weet wat je daar dan moet doen. Over je daar grondig vervelen met een pijnlijke voet werd niet gerept.
Ik citeer: ‘Ligt de serre op het oosten dan profiteer je vooral van de ochtendzon, op het westen van de avondzon; dit laatste is vooral bijzonder als je vrij uitzicht hebt op de zonsondergang.’
Ik nam deze inzichten gretig tot mij.

Boek
Het opwekkende was dat het met de ontlezing in dit land blijkbaar wel meevalt, want iedereen had een rustige hoek met een vintage leeslamp (bij voorkeur via Marktplaats of de kringloopwinkel verkregen) en een stijlvolle stoel van merk X of Y, ‘waar je fijn een boek kunt lezen.’

Ik wil ook een rustige hoek, waar ik in elke houding die ik verkies een boek kan lezen.
Ik word hier uitstekend verzorgd. Maar mijn volgende retraite boek ik waarschijnlijk toch liever in Spanje, in plaats van in de logeerkamer tussen de verhuisdozen.

Placebo

Ik belde naar de huisartspraktijk voor de jaarlijkse aanvulling van mijn voorraad codeïne, waar ik uit put als ik de Hoest heb, zoals nu.

Nachtelijke hoestbui
‘Heb je koorts? Voel je je ziek? Ben je misselijk?’ vroeg de assistente.
Weet ik niet, ja, nee, zei ik en ik probeerde niet te veel te hoesten, maar ook niet te weinig, want ik wilde wel laten horen dat ik die codeïne heel erg nodig had.
‘Ik wil dat je naar het spreekuur komt,’ zei ze.
Dat was een onverwachte wending. Ik durfde niet te protesteren. Dus toog ik, met mijn zieke dochter in mijn kielzog, in meewerkende modus naar de huisarts.

De co-assistent ontving ons vriendelijk. Ik legde uit dat mijn codeïne opraakte, en dat ik een nieuw recept wilde. Hij vroeg of codeïne mij goed helpt, en of ik wel eens wat anders heb geprobeerd.
Nou is het zo dat ik in de afgelopen vijfentwintig jaar alles heb geprobeerd tegen hoest wat los en vast zit. Ik weet inmiddels dat niets helpt, behalve rechtop zittend slapen en bidden dat het snel over gaat.
En met codeïne slaap ik een paar uur extra voor de eerste nachtelijke hoestbui losbarst. Dus dat zei ik.

Rustig
Hij luisterde naar mijn longen, checkte mijn saturatie en constateerde een lichte verhoging in mijn oor.
‘Ik ga even overleggen met de huisarts,’ zei hij.
Amechtig van het verplichte zuchten hing ik in mijn stoel. Het wachten duurde lang.
‘Ik zal ze voorschrijven,’ zei hij bij zijn terugkeer, nog steeds vriendelijk, ‘maar ik moet er wel iets bij zeggen. Er is geen enkel wetenschappelijk bewijs dat codeïne werkt tegen een hoestprikkel.’

Oh.
Werd ik daar nou ter plaatse voor gek verklaard?
‘Waarom schrijven jullie het nog voor?’ vroeg ik, ietwat onthutst, ‘En wat doet het dan wel?’
‘Het is een opiaat, het maakt mensen rustig, net als een oxazepam,’ zei hij. ‘En sommige mensen staan er nou eenmaal op dat ze het krijgen, ook al werkt het niet.’
Ik had er eentje op, maar ik voelde me helemaal niet rustig. En ik vond het een beetje gênant om de nieuwe codeïne nu nog aan te nemen.
Mijn dochter vroeg wat een placebo was. Ik legde haar omstandig uit wat dat was, om de co-assistent te laten merken dat ik echt niet alleen maar gek was, maar het antwoord boeide haar niet.

Versuft
‘Het enige dat wetenschappelijk bewezen werkt tegen hoest is honing,’ zei de co-assistent.
De apothekersassistente vulde en stickerde werktuigelijk een doosje pillen voor me.
‘Je mag er eentje per dag, in de avond,’ zei ze, ‘en pas op, je wordt er een beetje versuft van. Maar daar merk je niks van, want je gaat toch slapen.’ Haar blik zei: ‘Daar heb je er weer zo een, waar we codeïne aan meegeven terwijl het niet helpt, en iedereen maar klagen over de te hoge ziektekosten.’
In de bijsluiter, die ik snel checkte, stond nog steeds dat codeïne hoestprikkeldempend was.

Citroen
Hoewel ik graag weer in mijn bed wilde liggen haalden we in de supermarkt honing, en toch ook maar wat verse gember en een citroen, om thee van te zetten, al had de co-assistent het daar niet over gehad.
‘Ik weet niet wat dit is, mevrouw,’ zei de kassière, wijzend op de citroen in haar hand.
‘Een citroen,’ antwoordde ik hulpvaardig.
‘Dat weet ik’, zei ze, ‘Ik doelde op dit donkere plekje, hier op de schil.’
Oh.
Sorry.
Deze ochtend verloor in rap tempo zijn glans, al was dat niet wetenschappelijk bewezen.

Een leven lang leren

Deze maand is een bijzondere maand vol intrigerende thema’s, die misschien per abuis aan je aandacht zijn ontsnapt, dus ik neem ze geheel belangeloos even met je door.

Oktober was bijvoorbeeld ‘Stoptober’, bedoeld ter inspiratie voor iedereen die even wil stoppen met roken. Tot 28 oktober om precies te zijn. Niet de allerbeste marketingcommunicatievondst ever, die term ‘Stoptober’. Je zou er spontaan een sigaret van opsteken, zo lelijk klinkt het. En het duurt niet eens de volle maand.
Maar het is wel een prijzenswaardig initiatief, en misschien had de tabaksindustrie ‘Mei Nicotinevrij’ al opgekocht, dat kan natuurlijk.

Generalist
Ook als je in september al niet rookte was er veel leuks te beleven. Oktober is de Maand van de Geschiedenis, en de Maand van de Kennis, en dat klinkt al een stuk minder geforceerd. En ik hou van allebei, al sinds ik heel klein was.
Al realiseerde ik me al jong dat ik in een heel leven nooit alles zou kunnen weten, zelfs niet op een enkel vakgebied zoals geschiedenis. Er was veel te weten, en nog heel veel meer niet te weten, wat ik nogal onthutsend vond.

Misschien heb ik toen onbewust het besluit genomen een generalist te blijven. Toch, of misschien juist daarom, blijf ik elk jaar opleidingen doen, en anderen met mij. Mijn connecties op LinkedIn haalden recent een diploma ‘Bierista’, ‘Prefective profiling’ en ‘Discovery insights’, en ook werd iemand gecertificeerd Senior WMO consultant. Zelf ben ik net gestart met ‘Profile Dynamics voor teams’. Ook gecertificeerd uiteraard, anders moet je aan zoiets niet eens beginnen.

Buy nothing new
Leuke quiz trouwens voor deze Kennismaand, de betekenis raden van al die certificaten. En ik moet de eerste kleuter nog tegenkomen die later ‘Profile Dynamics’-consultant wil worden. Maar heus, het is leuke materie, en ik draag mijn steentje bij aan de Kennismaand en de opleidingsindustrie.

Aan Oktober Wijnmaand heb ik nog wat weinig aandacht geschonken, en ik faalde jammerlijk bij de Buy nothing new-maand, met de aanschaf van een nieuwe keuken en nieuwe kleren. Maar, ter compensatie, het huis dat we kochten is een tweedehandsje.

Halfslachtig
Google vertelde me vervolgens ook nog dat oktober de Maand van de Opvoeding is, en de Maand van Datafood. Daar heb ik niets mee gedaan, omdat ik niet wist dat er zoiets als datafood bestond, al heb ik wel veel data en veel food tot mij genomen. En een halfslachtige poging gedaan mijn kind op te voeden.

Ach, een mens kan ook niet alles tegelijk. Volgend jaar zal ik me beter voorbereiden. Ik duik mijn leerboek nog maar even in, met een wijntje erbij misschien, voor mijn volgende certificaat. Had ik maar een vak moeten leren.

Keuken

We kochten onlangs een nieuw huis, en voor in dat huis kochten we een nieuwe keuken. Bij een zelfstandig ondernemer, die geen onderdeel was van een keten, en niet aan algemene voorwaarden deed.
‘Ik heb geen kleine lettertjes in mijn koopovereenkomsten,’ zei hij met onverholen trots.

Frivool
Ik vond dat geen sterk verkoopargument, ik heb respect voor duidelijke afspraken op papier. Maar ach, dacht ik, we steunen graag ondernemers, en er bestaat zoiets als consumentenrecht, het zal wel loslopen. En ik vond het aandoenlijk dat hij zijn teksten langs een liniaal schreef.
Blijmoedig verlieten we met een getekende offerte en een mooie tekening van de keuken-to-be de zaak.

Mijn brein had andere plannen. Niks verheugd rondlopen. Veel te frivool, te lichtzinnig.
‘Slim hoor, support your local keukenstore. Wat als hij failliet gaat? Of een beunhaas is? Zie je je geld of je keuken dan ooit nog terug?’ riep het. ‘En wie koopt er nou op de bonnefooi een keuken, we gingen alleen even kijken en oriënteren! Je bent niet goed wijs. Hier ga je spijt van krijgen.’ Tot midden in de nacht, het wist van geen ophouden. Ik werd er moe van, maar niet moe genoeg om weer in slaap te vallen.

Peilloze diepten
‘Thank you brain, now give me a better thought,’ zou Mo Gawdat zeggen, en ik ook, als ik alles uit Mo’s boek ‘Solve for happy’ ter harte had genomen. Had ik daar mee geoefend dan had mijn brein misschien niet zo tegen me gegild, de meest verschrikkelijke dingen, elke dag en nacht van het zenuwslopende aankoop-, keurings- en taxatieproces van het nieuwe huis.
We krijgen het niet, je had boven de vraagprijs moeten gaan zitten. De fundering is rot, let maar op. Je vraagt te veel voor dit huis, de markt stort in, er komen geen kijkers, er komen geen kopers. Keer om, voor het te laat is.

Hart
Hoe meer ik te besluiten had, hoe meer potentiële ellende het brein me in mijn gezicht smeet, in een wild-woeste poging mij te behoeden voor de peilloze diepten van het onbekende.
Hou alles hetzelfde, daarvan weten we tenminste dat het veilig is, zei het tussen de regels door. Het wilde me, in al zijn onhandigheid en met weinig gevoel voor subtiliteit, beschermen. Dat is te prijzen, en zelfs best lief, van het brein. Maar ik vond het ook irritant.

Gelukkig heeft een mens meerdere breinen. Ook het hart en de buik hebben kleine neurale netwerken. En mijn hart zei luid en duidelijk: we willen dit huis, het voelt goed. Mijn hart zei opgewekt: we kopen hier onze keuken, het wordt een mooie keuken, en we vertrouwen deze man.
En ik luisterde.

Paranimf

‘Het leven is een feest, maar je moet zelf de slingers ophangen,’ zei een directeur waar ik in een grijs verleden voor werkte. Hij ging ruim voor zijn 60ste met pensioen, klaar om in de daaropvolgende winter de villa te bewonen die hij tijdens zijn laatste werkjaar in Spanje had laten bouwen, dus van slingers ophangen had hij wel kaas gegeten.

Zinloosheid
Ik had wat twijfels bij dat motto, en ik was er niet zo goed in. Misschien is het makkelijker feesten als je een directeur-eindloonpensioen hebt en een tweede huis, dacht ik, als ik weer eens bouwtekeningen naar Spanje stond te faxen, waarna ik per metro terugreisde naar de schimmige flat in de Bijlmer die ik onderhuurde.

Ik klaag niet, want het was een ruime flat, althans, dat was het geweest voordat ‘ie in twee halve flats was opgesplitst, en op 38 vierkante meter kun je met z’n tweeën nog steeds heel veel slingers ophangen, als je de kunst verstaat.

Ik had de pubertijd toen weliswaar al van me afgeschud, maar het donkere besef dat er een zekere zinloosheid aan het leven kleeft had me niet verlaten. En als je voor een privéaangelegenheid van een directeur een uur lang staat te faxen bekruipt je onwillekeurig het gevoel dat je niet veel bijdraagt aan het welzijn van de mensheid. Feestelijk voelde het in ieder geval niet.

Met volle teugen
Mijn directeur liet zich niet uit het veld slaan door mijn passief-agressieve gewapper met bouwtekeningen en bleef vrolijk. Op zijn afscheidsreceptie, gehouden in een paleiszaal met de uitstraling van Versailles, mocht ik als paranimf opdraven. Een rol die mij van nature niet erg ligt, want het vraagt dat je blij glimlacht tegen alle tweehonderd gasten en dat je de familie van de pensionaris tijdig van drankjes voorziet en dat je de afscheidscadeaus een beetje georganiseerd verzamelt en ik vond dat allemaal reuze ingewikkeld. En je moet ook nog eens tot het eind blijven.
Maar zijn feest was hem van harte gegund, dat wel, ook door mij. En hij genoot met volle teugen.

Weids en groen
Hoewel de tijden van de Bijlmer en de fax ver achter mij liggen denk ik met een glimlach terug aan zijn motto. Mijn vertaling, na wat oefening met de uitvoering ervan, luidt dat je kunt kiezen hoe je kijkt naar wat het leven je presenteert. Als er gefaxt moet worden in het leven, doe je dat dan mokkend of fax je met een berustende glimlach?

Of als je in de Bijlmer woont, en dat was destijds bepaald geen Versailles, baal je dan van de koelkasten die op het gras zijn gedumpt onder de balkons of geniet je ook van het weidse uitzicht, de hoge bomen en het vele groen tussen de flats?
Ik koos het laatste, want dankbaarheid blijkt een uitstekend medicijn tegen zinloosheid.
En ik ben nog steeds ontzettend dankbaar dat ik maar één keer in mijn leven paranimf heb hoeven zijn.

Hittegolf

Het is me gelukt deze zomer in mijn blogs weg te blijven van het onderwerp hittegolf. En die lijkt, in tijden van koude ochtenden en donkere avonden, nog slechts een vage echo van de zomer die achter ons ligt. Toch doe ik er af en toe nog een beroep op, bij gebrek aan iets concreters.

Opperste verrukking
Wij brachten onze vakantie door in de Auvergne. Daar was het goed toeven: een fijn huisje op een kleine camping met een zwembad. We bezochten de Carrefour en de lokale weekmarkt, staken een kaarsje aan in een kerk en aten drie keer per dag buiten met uitzicht op een groen dal.
Er was niets, maar dan ook helemaal niets mis mee. Het was een vakantie die je iedereen gunt die zo’n vakantie zou willen.

‘Hoe was het?’ vragen collega’s me, nu iedereen terug is.
‘Heerlijk’, zeg ik dan, en ik denk met een glimlach terug aan de week die we in opperste verrukking ongepland thuis doorbrachten.
De meesten vinden dat voldoende informatie, een enkeling vraagt waar we geweest zijn.
‘In de Auvergne’, zeg ik, ‘maar we zijn wat eerder teruggekomen, het was er te heet.’ Dan volgt meestal een begripvol knikje, ‘Ja, die hittegolf, dat was heftig hè, ik ken er meer die daarom terug kwamen, waar wij zaten was het …’

Alledaags gerommel
Maar met de hitte had onze vervroegde terugkeer niets te maken.
We sleten de dagen in Frankrijk in afwachting van iets. Een gevoel dat niet kwam. Een gevoel dat niet wegging.
Na drie dagen zei ik tegen mezelf dat het geen pas gaf om niet te genieten. Op dag vier dacht ik dat ik mijzelf overtuigd had dat het leuk was. Op dag vijf vond ik het een beetje ondankbaar worden.
Maar het hielp niet. Die nacht besefte ik dat het niet goed ging komen met dat gevoel. Met buitensporig veel plezier pakten we de volgende dag onze koffers in en reden huiswaarts. En zelden was ik na een vakantie zo dankbaar dat we weer veilig thuis waren.

De belevenissen in die week na thuiskomst beperkten zich tot alledaags gerommel en pogingen niet steeds te verzuchten dat het zo warm was. De temperatuur steeg in de huiskamer tot een onaangename 28 graden, de slaapkamers waren ovens.
Het was al met al een zalige week, die ik in een staat van euforie doorbracht.

Giswerk
Ons vroegtijdige vertrek uit de Auvergne was een groot succes, ik zou het zo weer doen. Ik zou niet eens meer gaan, had ik vooraf geweten dat we ons daar zo zouden voelen.
Maar het was ook volstrekt irrationeel en onlogisch.
En dat knaagt.
Want ik hou van logisch. En ik weet niet hoe ik uit moet leggen wat er mis was. Het is ook zo’n lang verhaal, veel te lang voor bij het koffieapparaat.
De hittegolf dus.

Misschien is er na ons vertrek een boom op ons huisje gevallen, denk ik soms, of is de bliksem ingeslagen. Maar ja, dat is giswerk. Misschien lag het gewoon aan ons.