Kinderen

‘Ik heb niets met kinderen,’ hoor ik regelmatig zeggen.
Ik zeg het zelf ook wel eens, waarmee ik bedoel dat als je mij een dag in een kinderopvang zou neerzetten, je me weg kan dragen. Dan ben ik overspannen, en de kinderen waarschijnlijk ook.

Ontregelend
Daarom werk ik daar niet, ik ken mijn beperkingen.
Ik ben niet goed met chaos, herrie en drie vragen tegelijk beantwoorden, dus je kunt gevoeglijk concluderen dat ik niet veel op heb met het ontregelende gedrag dat kinderen in elkaars gezelschap vertonen.

Maar dat is niet hetzelfde als wat ik met die uitspraak zeg.
Het is daarnaast een beetje kort door de bocht. Ik heb notabene zelf kinderen, waarvan eentje nog lang niet volwassen.

Aparte diersoort
Toen ik klein was vond ik het een vreemde opmerking, ‘niets met kinderen hebben’.
Kinderen waren toch geen aparte soort, waar je, net als aan honden of katten, een hekel aan kon hebben?
De mensen die dat zeiden waren niet eens zo lang geleden zelf kind geweest. Was het dan zoveel anders om volwassen te zijn?
Hadden ze zichzelf ook stom gevonden, toen ze nog jong waren?
Of waren ze compleet vergeten dat ze kind waren geweest?

Het maakte me er erg bewust van dat ik een kind was.
Ik vreesde dat als ik zelf volwassen was, ik ook naar kinderen zou kijken als naar een andere diersoort.
Dan zou ik misschien ook wel vergeten hoe dat was, kind zijn.

Verschillen
Nu heb ik een bredere kijk op de zaak, want ik ben beide soorten geweest.
Toegegeven, ik constateer verschillen waar ik als kind niet bij stilstond.

Mijn vriendinnen eten hun ontbijt zonder oeverloos getreuzel, stampen de trap niet op als ze hongerig zijn en geen chips mogen, en ze smeren geen snot af aan kleren, banken en volwassenen die ze niet kennen, zoals peuters doen.
Ze onderbreken mijn conversaties niet om de haverklap.
Mede daarom breng ik mijn tijd graag met ze door.

Met mijn dochter van negen breng ik evenwel ook graag tijd door, en dat is een understatement. Ze verdient niets minder dan alle liefde. En ik hou van haar precies zoals ze is. Ook als ze boos de trap op stampt.

Er is een verschil tussen wie ze is en wat ze doet. We zijn gelijkwaardig, maar we gedragen ons niet gelijk, zij en ik.
De uitspraak ‘Ik heb niet veel met kinderen’ negeert dat verschil geheel onterecht.

Gewaardeerd
Ik ben niet vergeten hoe het is om kind te zijn.
Ik ben ook niet vergeten hoe het was als mensen mij leuk vonden omdat ik een kind was. Of fijner nog, gewoon omdat ik was wie ik was.
Ik vond het fijn om me gezien en gewaardeerd te voelen.

Daar is niets aan veranderd.
En dat schenk ik mijn dochter ook.
Ik zal het niet meer zeggen.