Rucola

Mensen kwamen tot rust, ze kwamen nader tot elkaar, en er ontstond meer verbinding, liefde en creativiteit. Zo prediken hoopvolle teksten op social media, die niet zozeer bedoeld lijken als actuele beschrijving van de situatie, als wel een ‘als we het met z’n allen maar heel hard roepen wordt het misschien waar.’

Beweging
Ik ben voor verbinding, liefde en creativiteit, maar mijn week zag er allesbehalve zen uit. Ik had heel veel werk te doen en we probeerden twee fulltimebanen te combineren met huiswerkbegeleiding en entertainment voor een negenjarige, wat ik geen sinecure vond.

Het leek me pedagogisch verantwoord dat mijn dochter me een Tiktok-dansje zou leren. Een zelfbedachte thuisschoolopdracht met een uitgelezen combinatie van beweging, creativiteit en humor. Ze mocht het online zetten (de drie klasgenoten die haar besloten account volgen zijn dat filmpje vergeten tegen de tijd dat we elkaar op het schoolplein terugzien, gok ik).

Restaurant
Daarna dook ik weer snel een call in, en keek naar collega’s die hun pak en stropdas hadden verwisseld voor een sweater. Ook ik borstel mijn haar netjes op deze thuiswerkdagen, want voor je het weet verlies je alle gevoel voor decorum, en waar zijn we dan nog.

Toen de horeca dicht moest kwamen er ’s avonds mensen aan de deur. Of we eieren wilden kopen, en melk, dat kwamen ze dan morgen brengen, want ze hadden hun restaurant moeten sluiten.
We hadden genoeg, maar kochten uit saamhorigheid tien eitjes. Of we dan ook wat rucola wilden. Ja hoor.

Boekenkast
Hoe ouder de collega, hoe groter de kans op een grenen boekenkast op de achtergrond, constateer ik trouwens na een week videobellen.

Het bleek een industriële hoeveelheid rucola te betreffen, want restaurants kopen niet klein in. We eten dus al de hele week rucola, in zo’n beetje alles waar het door kan, en de hoeveelheid is niet geslonken.
Ik klaag niet, want wij hebben het goed, al denk ik dat ik voorlopig even geen rucola hoef, als dit achter de rug is.

Nu gaan de kappers dicht. Het videobellen is waarschijnlijk geen lang leven beschoren.

Morgen weer een Tiktokdansje.

Baan

Ik begon aan een nieuwe baan. Ik gaf de extra parttime dag op die ik mijzelf anderhalf jaar geleden cadeau had gedaan, en ging aan de slag als manager van een team verspreid over drie locaties in het land.

Voorbeeldgedrag
‘Kun je nog wel bloggen, als je leidinggeeft en weet dat iedereen mee kan lezen?’ vroeg een vriendin, voordat ik begon.

Dat had ik me ook afgevraagd. Pas ik straks zelfcensuur toe? Mag ik nog wel schrijven over alle dingen die mij opvallen, ook als het op kantoor is? Is het wel het juiste voorbeeldgedrag, je ietwat gênante binnenwereld online delen, in de wetenschap dat ook de mensen over wiens werk ik jaarlijks een oordeel moet vellen mee kunnen lezen?

Diversiteit
Ik nam me voor om me niet door mijn nieuwe rol te laten weerhouden, geen blad voor de mond te nemen. Ik schreef voorafgaand aan deze benoeming ook al, ze wisten wat ze in huis haalden.

Ik mag bijvoorbeeld best schrijven dat ik het opvallend vind dat ik word uitgenodigd voor een interne bijeenkomst over diversiteit en inclusiviteit (waarvoor dank! Ik juich beide toe!) door een gezelschap dat uitsluitend uit vrouwen bestaat, als ik dat zou willen, dus wie weet doe ik dat nog eens.

Bijkomen
De naderende drukte baarde me meer zorgen.
‘Heb ik dan nog wel tijd om blogs schrijven?’ vroeg ik mij van tevoren af.
‘Heb ik nog wel voldoende rust en inspiratie? Staat mijn hoofd ernaar, als ik meer uren werk en andere verantwoordelijkheden krijg?’

Ik wilde mezelf geen druk opleggen, ik zou het wel zien.

Mijn laatste blog plaatste ik ruim een maand geleden, een paar dagen voor ik aan de baan begon. Het antwoord op de eerste vraag dus zou nee kunnen luiden.

Maar als ik streng ben slaat dat nergens op. Ik werk geen tachtig uur in de week, ik had best tijd. Ik heb ervoor gekozen mijn tijd aan iets anders te besteden. Aan bijkomen, grotendeels. Van alle kennismakingsgesprekken, het reizen, mijn mailbox en agenda onder controle houden, nieuwe informatie tot me nemen.
Ik had gewoon andere prioriteiten.

Lekker
En dan zijn er dus minder blogs. Who cares?

Nou, niemand dus, want er was geen mens die mij vroeg waar ze bleven.
Wat mij – ik bekijk de zaken graag positief – bevestigt dat ik lekker door kan schrijven zonder dat daar iemand om maalt.

Oordop

In ons propedeusejaar zat een meisje, een vrouw eigenlijk (ze was acht jaar ouder dan ik), die mijlenver op ons voor liep. De meesten uit mijn klas sliepen nog in hun kinderslaapkamer in het ouderlijk huis. Zij woonde in een houten huisje in een bos, een tiny house avant la lettre.

Zuchtje
Ze reisde dagelijks met een benijdenswaardige toewijding zes uur in het openbaar vervoer om de colleges bij te wonen.
Alsof dat nog niet exotisch genoeg was had haar tweelingzus een baan als kostuummaker voor een theatergroep die internationaal furore maakte met spektakelstukken.
Wij werkten op zaterdag in de supermarkt, als we al werkten.

Ik was toen nog een amateur op veel vlakken, een prutser eersteklas, vooral op oordop-gebied.
Omdat ik niet Niets wil horen, want dan kan ik niet slapen, maar van het kleinste zuchtje adem van een ander ook niet kan slapen, en oordoppen vervelend zitten, droeg ik er ’s nachts slechts eentje, in het oor dat niet op mijn kussen lag.

Summum
Inmiddels draag ik ’s nachts in elk oor een oordop, zoals elk weldenkend mens, maar het blijft behelpen. Op de eerste avond doen ze pijn. Op de tweede avond al iets minder, en oh zaligheid, ze dempen aangenaam.
Op de derde avond doen ze geen pijn meer, maar laten ze te veel geluid door, en daarna gaat het hard bergafwaarts. Ze knisperen daarnaast onvergeeflijk.
Je kunt oordoppen niet altijd alleen op de tweede dag dragen.

Gisternacht lag ik wakker. Het was een kansloze zesde oordopdag, en ik wilde niet uit bed stappen om nieuwe te pakken.
Ik dacht terug aan mijn klasgenote.

Het summum van het zelfbewuste leven van mijn volwassen klasgenoot, dat wat mij van alles het meest bewonderingswaardig toescheen, waren de oordoppen die ze in de trein droeg.
Op maat gemaakte oordoppen. Gegoten, perfect passend, speciaal voor haar oren. Je hoefde ze niet in vorm te kneden, ze knisperden niet.
‘Alleen mijn tweelingzus past ze, verder niemand in de wereld,’ zei ze.

Gevecht
Inmiddels ben ik ook volwassen. En al heb ik dan geen tweelingzus en een huisje in een bos gekregen, toch meen ik dat ik mijn leven aardig op orde heb. Ik heb zelfs een noise cancelling koptelefoon voor in de trein.

Maar ’s nachts ben ik nog altijd in gevecht met die vormeloze gele stompjes. We zijn de haat-liefdeverhouding nooit ontgroeid, mijn oordoppen en ik.

Oordoppen op maat dus. Misschien is dit het moment. Perfect sluitend, blijven jaren goed, doen vast geen pijn, het zou de investering meer dan waard zijn.
Ik wil ze wel.
Maar ik ben bang dat ik er Niets mee hoor.
Van dat angstige idee kan ik niet slapen.

Nieuws

Het schijnt goed voor je geestelijke gezondheid te zijn om geen kennis te nemen van het nieuws. Nieuws verontrust en deprimeert, en het geeft mensen het onterechte idee dat de wereld een steeds minder veilige plek is.

Nieuwsjunkie
Ik raak er niet depressief van, maar opgewekt doorgaans ook niet.
Ik heb weleens overwogen geen nieuws meer tot mij te nemen, maar het is me te radicaal. Ik doe het, bij wijze van halfbakken experiment, al wel een tijdje met minder.

Volledige onthouding is onmogelijk te realiseren. Ik leef samen met een nieuwsjunkie, die tegen beter weten in conversaties met me probeert aan te knopen over hoe erg dat is hè, die peuter die van een galerij viel (ja, uiteraard is dat erg, wat zou ik daar anders van moeten vinden, en sorry, ik begrijp niet wat mijn bevestiging of ontkenning ervan toevoegt aan dit drama, of aan ons leven, maar dat kan komen omdat ik niet helemaal normaal ben, en dat is trouwens niets nieuws).

Nieuwsdieet
Of over BN-ers die relaties hebben verbroken of begonnen zijn.
‘Wat ziet hij toch in haar?’ laat ze zich ontvallen. Dan duim ik heel hard dat de vraag retorisch bedoeld is, zodat ik niet daadwerkelijk een theorie hoef te bedenken over wat iemand die ik niet ken beweegt om een relatie aan te knopen met iemand anders die ik niet ken.
Zulke BN-er-berichten interesseren mij nul en generlei. En dat was ook al zo toen ik nog niet op nieuwsdieet was.

Blij
Toch heeft nieuws nieuwswaarde. Zo vind ik het nuttig te weten dat ik beter niet hand in hand met mijn nieuwsjunkie over straat kan lopen in Polen, Egypte en Dubai. Daardoor kan ik de bewuste keuze maken er niet naartoe te gaan.

En er is nieuws dat me in beweging brengt, of aan het denken zet, nieuws dat ik niet had willen missen.
Van positief, opwekkend nieuws hou ik ook. Zo schijn je van een half uur per week hartslagverhogende beweging al voldoende positieve gezondheidseffecten te ervaren, bleek recent. Zo’n bericht maakt mijn dag goed.
Dus ik neem heus wel wat nieuws tot mij.

Oncomfortabel
Maar niet alles.
Naar verontwaardiging neigende hoon is daardoor mijn deel, als ik bij thuiskomst iets semi-relevants in de categorie ‘Hart van Nederland-nieuws’ niet blijk te hebben meegekregen, of de zoveelste strapats van een buitenlandse politicus heb gemist.
Als je het nieuws niet bijhoudt tel je niet echt mee.

Dat voelt oncomfortabel.

‘Ik ben bang dat ik voor dom word versleten, als ik niet weet wat er gaande is in de wereld,’ zei een vriendin. Ook dat gevoel herken ik.
Trouwens, het is niet alleen een gevoel.
I’ve got news for you: een nieuwsdieet en een pubquiz vormen geen succesvolle combinatie.

Ik heb de juiste balans nog niet helemaal gevonden.

Willekeur

Sommige mensen kunnen een moment aanwijzen waarop voor hen alles anders werd in hun leven, een kantelpunt, waarna alles in de tijd wordt afgezet tegen ‘ervoor’ en ‘vanaf toen’. Iets deed ze het roer omgooien, hun oude leven achter zich laten, overtuigingen afwerpen, ze kijken sindsdien met andere ogen naar de wereld.

Sturing
Ik heb zo’n mijlpaal niet. Mijn leven is een aaneenschakeling van ogenschijnlijk willekeurige momenten waarop de koers wijzigde, vaak samenhangend met een vraag of opmerking van iemand anders, waardoor ik me niet aan de indruk kan onttrekken dat alles ook volstrekt anders had kunnen lopen, of dat enige sturing mijnerzijds ontbreekt.

Rechten, psychologie, geschiedenis, het leken me allemaal interessante studies, hoewel niet allemaal even nuttig.
‘Ga je mee naar een open dag?’ vroeg een vriendin. Ik toog voor de gezelligheid mee naar een opleiding die ik niet overwoog.
Vier jaar later rondden we allebei de opleiding Cultuur en Beleid af (hoog genoteerd in de categorie ‘interessant maar niet erg nuttig’).

Keelpijn
‘Heb je er wel eens over nagedacht teamleider te worden?’ vroeg iemand een paar jaar later.
‘Nee, maar ik zal me er eens in verdiepen,’ zei ik, en vervolgens was ik tien jaar lang leidinggevende. God mag weten welke carrière ik was opgestart als hij die vraag niet had gesteld, omdat hij die dag keelpijn had, of het zich voornam maar het me vergat te zeggen.

Spijt
Toen ik teamleider wilde worden had ik onder meer een selectiegesprek met twee managers. Die vroegen of ik spijt had van mijn studiekeuze, toen ik vertelde dat ik me er kostelijk mee had vermaakt, maar dat ik niet de ambitie had om er iets mee te doen.
‘Nee,’ zei ik, ‘dat heb ik niet.’

Ze vroegen het voor de zekerheid nog drie keer.
Ik had er leuke dingen geleerd, ik had er fijne vriendinnen aan overgehouden, en een diploma. Goed, inhoudelijk gezien was het een – en ik druk dit mild uit – wat magere opleiding, maar daar was nu niets meer aan te doen. Wat wilden die mannen van me horen? Ik vind spijt doorgaans niet erg zinnig.

Morgen
Waren sommige vragen niet aan me gesteld dan had ik vast een ander pad gekozen. Maar ik had ze ook naast me neer kunnen leggen, zoals ik talloze andere suggesties niet heb opgevolgd. Dat kun je geen willekeur noemen.
Ik koos wat ik koos, en hier sta ik.

Ik kan nog steeds honderd andere keuzes maken, vandaag nog. En morgen weer. Dat is geruststellend.
Maar ik hoef niet zo nodig.
En dat is ook geruststellend.

Pauze

Op mijn werk is met de start van het nieuwe jaar nieuwe pauzesoftware uitgerold, die in de gaten houdt of je niet te lang achter elkaar achter je scherm zit te werken, en je vervolgens lastigvalt met tips en pauzes. Al op de eerste werkdag won ik talloze trofeeën voor het verbreken van mijn kersverse aanslagen-per-minuut-record.

Sociaal
De pauzes verschijnen op de meest willekeurige momenten, ze dwingen een typ-stopje af variërend van tien seconden tot tien minuten. Ze zijn voorzien van beweegtips, inspirational quotes van CEO’s, en vragen waar je het antwoord van geacht wordt op te zoeken, zoals ‘Wat is de hoofdstad van de Filippijnen?’, maar hoe dat bijdraagt aan minder schermtijd weet ik niet, en om dat te doen moet je de opgelegde pauze negeren.

Vandaag kreeg ik, na opnieuw een snelheidsrecord te hebben gebroken, een nieuw soort tip in een korte pauze, die deed vermoeden dat ook mijn persoonlijkheid werd gemeten.
‘Word socialer’, heette deze pauze, ‘Vraag een collega wat hij of zij dit weekend gaat doen.’

Ik wilde niemand van het werk houden, mijzelf nog wel het minst, dus ik negeerde deze beroerde suggestie.

Meubilair
De pauzemeldingen volgden elkaar in steeds hoger tempo op. De volgende pauze heette: ‘Waak voor depersonificatie.’
Geïntrigeerd nam ik de tekst van de pop-up door. Dit klonk als een serieuze waarschuwing.
‘Luister je eigen muziek, dat helpt je gedurende de dag dicht bij jezelf te blijven,’ adviseerde het systeem.

Allerhande gedachten drongen zich aan mij op. Wat voorzag dit programma? Vreesde het dat ik me zou vereenzelvigen met het meubilair, met de mails die ik aan het schrijven was, met mijn collega’s? Was ik mijn toetsenbord aan het worden, waar ik zo hard op roffelde?
Wordt depersonificatie de volgende kantoorepidemie? Kan pauzesoftware een naderende depersonificatie even goed herkennen als een psychiater?
En wat zegt de muziek die ik luister eigenlijk over mijn persoonlijkheid?

Oortjes
Ik voelde me, met deze waterval van vragen in mijn hoofd, in ieder geval heel erg mijzelf.

Als iets me al in verwarring bracht dan was het dit pauzeprogramma, waarvan ik eerst socialer moest worden, om me kort daarna in mijn eigen cocon terug te trekken en dicht bij mijzelf te blijven.

Ik typte maar gewoon verder, maar blijkbaar niet snel genoeg, want nieuwe trofeeën kreeg ik vanmiddag niet meer.
Wel nam ik het zekere voor het onzekere, en deed mijn oortjes in om naar muziek te luisteren.

Tien

We leven in het vacuüm tussen Kerst en Oud & Nieuw, een uitgelezen moment voor een laatste blog van het jaar. Moet zoiets over vrede gaan? Over terugkijken, vooruitkijken, dankbaarheid betrachten wellicht?

Melancholisch
Dat past in een eindejaarstrend, maar het zijn activiteiten die ik het hele jaar uitvoer, in weerwil van mijn chronische voornemen om in gedachten toch vooral niet zinloos met gisteren en morgen bezig te zijn, maar met nu.

De krant die ik vandaag lees doet het ook, terugblikken, naar het afgelopen decennium zelfs, en kijkt vooruit, naar het komende decennium. Ik word van zowel terugkijken als vooruitkijken enorm melancholisch, als ik niet oppas. Of misschien is het gewoon de tijd van het jaar, of van mijn cyclus, of allebei.

Kruikje
Tien jaar geleden was ik zwanger. Is dat relevanter om bij stil te staan dan kijken naar het kind dat vandaag voor mijn neus danst? Het kind dat haar stemmingen wisselt met de snelheid van het licht, dat vanmiddag met deuren slaat en vanmorgen in bed kwam vragen om kietels en knuffels. Waar is ze over tien jaar?

Het kind dat vandaag minstens tien keer naar buiten en weer naar binnen is gegaan, alleen en dan weer met een vriendinnetje, huilend, lachend, briesend, rillend van de kou, ‘Mag ik een kruikje mam,’ om een kwartier later weer weg te stampen, naar boven, naar buiten. Het is alsof ze een decennium aan emoties in een enkele dag wil vatten. De vrede in huis is bij vlagen ver te zoeken.

Vandaag
De krant heb ik uit, ik ben klaar met retrospectieven en glazen bollen.
Leef nu.
Leef vandaag.

Vandaag brengt het nieuws een vrouw en kinderen die omkomen bij een lawine. Er zijn negen mensen onthoofd in Nigeria, zo blijkt, en in Somalië vallen 78 doden bij een terreuraanslag.
Er worden geen meelevende hashtags gedeeld in mijn tijdlijn, ne personne est Mogadishu.

Bed
Dankbaarheid dan maar. Dat is een makkelijke, daar ben ik echt goed in.
Dankbaar bijvoorbeeld ben ik dat ik niet in Somalië woon maar hier, dat ik mijn dochter naar haar veilige bed kan brengen, als de vrede in huis is weergekeerd.
In dit huis wel.

Melancholisch, ik zei het toch.