Boom

Ik ben een INFJ, en dat is, als ik internet mag geloven, een zeldzaam persoonlijkheidstype: slechts 1% van de mensen die een MBTI-test invullen is een INFJ.

Buiten de gebaande paden
Het voelt zo lekker uniek, die 1%. Dat voegt extra lol toe, als ik de herkenbare memes lees op de Facebookpagina voor INFJ’s. Kijk ons eens bijzonder zijn!

Dat er alleen al in ons land statistisch gezien 130.000 andere stemgerechtigde INFJ’s wonen laat ik gemakshalve buiten beschouwing. Net als het feit dat er nog 15 andere MBTI-types zijn, waardoor de gemiddelde score per persoonlijkheidstype sowieso maar 6% is.

Mensen mogen zich graag speciaal voelen, en niets menselijks is mij vreemd.
Niet mee met de meute, je eigen weg gaan, een beetje uniek zijn. Doen alle INFJ’s trouwens graag.
Uit de pas lopen, standing out in the crowd.

Subgroep
Maar ja. Wel graag met een groepje gelijkgestemden, als het even kan. Iedereen die nog nooit een aflevering van Game of Thrones heeft gezien: raise your hand.
Op Facebook liefst, zodat goed zichtbaar is hoe wij met z’n allen afwijken van de massa.

Nog nooit een avond besteed aan het Songfestival en van plan dat zo te houden? Check.
Autisme? Vinkje.
Bisexueel of lesbisch? Daar heb ik nog geen knoop over doorgehakt, maar gelukkig, met beide smaken kan ik terecht in een subgroep voor mensen met een autismediagnose die vallen op iemand van het eigen geslacht (ja, daar bestaan bijeenkomsten voor, en nee, ik ben daar nog nooit geweest. En ook dat wou ik zo houden. Maar ik ben wel voornemens ooit naar GoT te gaan kijken).

Illusie
Vroeger dacht ik dat onderscheiden een doel op zich was. Ik wilde niet in een hokje passen, me verhouden tot anderen op basis van een enkel label. Maar ook de mensen die niet in een hokje willen passen, passen met z’n allen in een hokje.
Uniciteit is zowel een feit als een illusie.

Daar heb ik me bij neergelegd.
Iedereen worstelt zich op zijn of haar manier door het leven, en dat is, ongeacht je mening over koriander, een verbindende factor van groot belang. De enige, misschien wel, als je liefdevol door de hokjes heen kijkt.

Boom
Toch ben ik nieuwsgierig naar welke boom ik ben. Ik heb me alleen nog niet verdiept in de boom-astrologie. Ik weet zelfs niet precies hoe dat heet, en dat laatste is waarschijnlijk niet zo uniek, gezien de relatieve onbekendheid van boom-astrologie.

Stiekem hoop ik dat het een beetje een bijzondere boom is. Eentje die maar op 1% van de bevolking van toepassing blijkt.
Eentje met een eigen Facebookpagina, met grappige, herkenbare memes voor mij en al mijn mede-bijzondere-bomen.

Hazelnoot

‘Waarom verhuizen de huidige bewoners?’ vraag ik aan de makelaar.
Het slaat nergens op dat ik dit vraag. Het gaat me natuurlijk geen barst aan waarom de bewoners hier weg willen. Wat verwacht ik eigenlijk te horen?
‘Ze vechten elkaar de tent uit.’
‘Ze beginnen een bed & breakfast in Andalusië, bij een wei met ezeltjes.’
‘Ze denken dat het huis behekst is.’

Het land in
De makelaar heeft duidelijk vaker met dit bijltje gehakt. Hij opent een slaapkamerdeur.
‘Ze willen wat verder het land in,’ zegt hij, op uiterst neutrale toon.
Ik weet dat dat nergens op slaat.
Hij weet dat ik dat weet.
We laten het erbij.

Hazelnoot
De rest van de bezichtiging denk ik na over praten en toch niets zeggen. En de kracht van suggestie. Ideale combinatie voor reclames.

‘Met al het goede van hazelnoot en chocola.’
Je kent ze wel, al die goede kenmerken van hazelnoot en chocola. Daar is zo ontzettend veel over bekend dat wij, de producenten, ons niet meer verwaardigen op te noemen wat dat dan allemaal is. We houden het gewoon op deze slogan. Wat zeg je? Weet je niet waar we op doelen? Schandelijk. Je ontzegt je kind al het goede van hazelnoot en chocola! Ga snel naar de winkel en doe er wat aan.

Kluitje
Onwillekeurig vraag ik me na afloop af wat ‘Verder het land in’ zou betekenen, als je een huis achterlaat in Purmerend. Het klinkt poëtisch, maar een kwartier rijden naar het oosten: water. Een half uur naar het westen: zee. Bedoelt hij dan Drente? De kop van Noord-Holland? Brabant?
Hij bedoelde helemaal niks, dat weet ik wel, maar toch.

Ik probeer vervolgens of ik een nog beter nietszeggend antwoord kan verzinnen.
Ze willen kleiner wonen.
Ze willen groter wonen.
Ze worden wat ouder.
Nee, dat kietelt de fantasie allemaal niet, het is te makkelijk, te saai.

Het huis wilden we niet, maar de makelaar heeft mijn respect.
Ik ben met een kluitje verder het land in gestuurd.

Kantoorslaaf

Er is een kantoorpand in Amsterdam waar ik in mijn studententijd naar keek als ik er met de metro langsreed, waarvan ik regelmatig dacht: nooit ga ik in zoiets werken. Wat produceren die mensen daar toch, jaar in jaar uit? Wat voegen ze toe aan het leven van anderen?
Betekent hun dagelijkse administratieve werk iets voor de wereld?

Palmboom
Wie had hen bedwelmd en tot kantoorslaaf gemaakt?
Ik zou niet in die val trappen. Groots en meeslepend wilde ik leven.

De ironie wil dat ik in exact datzelfde pand al bijna achttien jaar werk, wat maar weer eens bewijst dat er in het onderbewustzijn niet zoiets bestaat als ‘niet’.
Het enige meeslepende is dat ik er altijd een laptop naar toe sleep, en het grootse is de tas waarmee ik dat doe.

Toch heeft zo’n baan voordelen.
De wind ruist door de palmbladeren terwijl ik dit schrijf. Dat doet de wind dagelijks, door duizenden palmbomen op aarde, maar vandaag zie en hoor ik het zelf gebeuren, en dat maakt me blij.
Ik kan op vakantie, met dank aan datzelfde kantoorleven.

En ik heb plezier in mijn werk.
Dat is fijn, al is het geen antwoord op de vragen die ik me vroeger stelde.

Universeel principe
Er is geen ‘geen’, geen ‘niet’, als je iets wilt bereiken. Het universum en het onderbewuste bewegen niet richting negatieve doelen.
Energy flows where attention goes.

Opvoedkundig weet ik dat gegeven prima toe te passen.
Zo zei ik altijd braaf tegen mijn toenmalige kleuter dat ze op de stoep moest blijven lopen, in plaats van ‘Niet op de straat!’ te gillen als ze afdwaalde. Het lijkt een onbeduidend verschil, maar blijft het woord stoep in haar hoofdje nagalmen of het woord straat?
Probeer het maar eens uit.

Ach, voor een ander weet ik het altijd beter dan voor mijzelf. Ook een universeel principe. Ondertussen probeer ik nog steeds hard te bedenken wat ik wil worden als ik later groot ben.
In termen van wat ik wel wil, uiteraard, niet in wat ik niet wil, want daar trap ik niet meer in.

Stardust

Binnen 24 uur hoor ik op drie verschillende plekken het nummer ‘Woodstock’ van Matthew’s Southern Comfort. Dat kan geen toeval zijn, ook als je meerekent dat ik het in mijn playlist heb staan en de eerste plek daardoor mijn eigen auto was.

Comfort
Toeval bestaat niet, zegt men, alles gebeurt met een reden. Zo kun je achteraf betekenis toekennen aan betekenisloze gebeurtenissen. Of een positieve draai aan negatieve gebeurtenissen.
‘Ik werd afgewezen voor die ene baan en daar baalde ik toen enorm van, weet je nog? Maar de baan die ik nu heb is nog veel leuker.’
‘Zie je, het heeft zo moeten zijn.’
Het geeft wat comfort in dit chaotische en onvoorspelbare leven.

By the time we got to Woodstock
They were half a million strong

Vliegtuig
Ik roep het zelf ook regelmatig, ‘Dat gebeurt niet voor niets.’
Maar diep van binnen doe ik niet aan zulke betekenisgeving.
Als het waar is dat alles een reden heeft, zou de stelregel altijd toepasbaar moeten zijn. Niet alleen naar believen.
En ik weet niet wat de reden is dat ouders een kind verliezen, dat mensen ongewild kinderloos blijven, dat vliegtuigen neerstorten.

Dan gaat het in het nieuws over de mensen die door toevallige omstandigheden de vlucht misten en de dood ontsprongen.
Dat heeft zo moeten zijn, denkt de kijker ontroerd.
Maar de mensen die wel in het vliegtuig zaten dan?
Moest dat ook zo zijn?

Pindakaas
Jaren terug vertelde Oprah dat ze zich de gewoonte aan had gemeten om haar beschermengelen te bedanken. Ook voor kleine dingen.
Valt je boterham pindakaas op de grond, met de pindakaas naar boven, dan bedank je je beschermengelen.
Wie die boterham in eerste instantie over het randje van je bord had geduwd wist niemand, want daar ging de aflevering niet over.
Wel over dankbaarheid.

En van dankbaarheid hou ik. Zekerheidshalve ben ik het regelmatig, enorm, want ik heb heel veel om dankbaar voor te zijn, en het zou ondankbaar zijn dat niet te beseffen.
Al weet ik dan weer niet wie ik dankbaar ben voor alles waarvoor ik dankbaar ben.
Moet er ook een ontvanger zijn voor dankbaarheid?
En is dankbaarheid ook maar gewoon een manier om om te gaan met willekeur?
Een bezwering, om te laten zien dat ik het heus allemaal waard ben, zodat het me niet wordt afgenomen?
Ingewikkeld.

Tuin
We are stardust
We are golden
And we’ve got to get ourselves
Back to the garden

Juist, the garden.
Het is een hint. Dank u. Ik moet wat vaker in de tuin zitten en me niets afvragen.

Bloemenschaamte

Mijn moeder koopt nooit bloemen.
‘Die worden in kassen of met veel gif geteeld. Dat is slecht voor het milieu.’ Zo sprak zij, als early adapter van milieubewust leven, in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Toen waren de effecten van ons gedrag op onze leefomgeving ook al bekend, voor wie het weten wilde, maar het gros van de mensen wilde dat niet.

Publieke opinie
Dat was overzichtelijk. Ofwel je bent je niet bewust van het effect van vliegen en vliegt de halve wereld rond zonder schaamte.
Ofwel je kent het effect en vliegt niet.
Of je kent het effect en hebt er schijt aan, en je vliegt alsnog de halve wereld rond, zonder schaamte.
Ieder zijn meug.

Nu kent iedereen de gevolgen, en zitten we opgescheept met termen als vliegschaamte, vleesschaamte en bloemenschaamte. Je koopt aardbeien in de winter (foei!), en gaat je daar vervolgens over zitten schamen, want dat vraagt de publieke opinie van je.

Motivator
Er wringt iets bij deze schaamteparade. Schaamtegevoel gedijt bij geheimhouding, bij het niet delen met anderen. Dat staat in contrast met deze nieuwe begrippen van publiek te belijden schaamte.
‘Hier heb je een bosje bloemen voor je nieuwe huis, sorry, ik schaam me er een beetje voor dat ik ze gekocht heb,’ zei niemand ooit.
‘Dank je. Ja, ik schaam me nu ook een beetje dat ik ze heb gekregen. Ik zal ze even in een vaas zetten.’

‘Ik schaam me er echt ontzettend voor, en ik ga het morgen weer doen, sorry, maar mag ik alsjeblieft een tall decaf latte in een wegwerpbeker?’

En schaamte als motivator voor het maken van andere keuzes?
Kansloze missie. Welke keuze je ook maakt, er blijft altijd iets over om je voor te schamen.
Wegwerpluierschaamte.
Ik was de luiers zelf, maar ik heb wel kinderen-schaamte.
Ik besta, dus ik belast het milieu-schaamte.

Plezierig
Niemand die de vinger heft naar een ander is onschuldig aan het belasten van zijn of haar omgeving. Ik hoop op een spoedig einde van de schaamte-epidemie. Dan kunnen we weer met een plezierig gevoel milieubewuste keuzes maken. Niet om schaamte te vermijden, niet omdat iemand met een vermanend vingertje wijst.
Maar omdat het ons blij maakt, omdat we ons verantwoordelijk voelen voor onze omgeving. Omdat het nodig is. Omdat we het graag willen.

Memento mori

Ik was vol goede moed onderweg naar een vakantiehuisje, waar ik een midweek in mijn eentje zou verblijven. Op de A1 overviel me de gedachte dat de bestuurders van de auto’s om mij heen over een jaar of tachtig dood zouden zijn. Allemaal.
Ze dachten misschien dat ze een geliefde, een minivakantie of hun werk tegemoet reden, maar ze reden op hun sterven af. Ik trouwens ook.

Hutje op de hei
‘Ga lekker een paar dagen alleen weg’, zei mijn vrouw een paar weken terug. Ze bleef liefdevol aandringen op mijn vertrek. Ze vond een huisje voor me op de rand van bos en weiland.
Ik sputterde voor de vorm nog wat tegen, maar hier zit ik dan, op de Veluwe, met boeken, een laptop en twee nog niet gelezen kranten.

Schaduw
Wie zal er nog om mij en al die andere weggebruikers rouwen, of aan ons denken over honderd jaar? Niemand, vermoedelijk, tenzij ik toevallig een toekomstig Nobelprijswinnaar heb ingehaald.
Het is een troostrijk besef dat er van al die hoogte- en dieptepunten die al die weggebruikers en ik beleven, over honderd jaar weinig tot niets resteert.
In dat perspectief worden kleine zorgen nog veel kleiner. En grote zorgen heb ik gelukkig niet.

Maar het besef van mijn eigen sterfelijkheid wierp een kleine schaduw op deze zonnige dag.

Stoïcijns
Dat Google meeluistert met wat je zegt was mij al bekend. Dat mijn telefoon gedachten kan lezen niet.
Na een wandeling op de hei lummelde ik, ondanks de dreigende dood, rond op Facebook. Er kwam een gesponsord bericht voorbij van Daily Stoic.

Meditating on your mortality is only depressing if you miss the point’, schreven ze.

Die was voor mij bedoeld, dat kon niet anders. En gelukkig, ik had alleen even een punt gemist, dit was op te lossen. Het zou goedkomen met mij en de schaduw.

Tijd is een geschenk
Death doesn’t make life pointless but rather purposeful. Treat your time as a gift and do not waste it on the trivial and vain,’ schreven mijn nieuwe vrienden.

Ik voelde me meteen een beetje schuldig, want ik zat mijn tijd ontzettend te verkwanselen, onder meer aan een Sudoku uit de meegenomen krant.
Maar ik besloot snel om daar, geheel in stijl, stoïcijns onder te blijven.

Oppervlakkig besteed of niet: dat tijd een geschenk is, is bij mij niet aan dovemansoren gericht.
Vandaag weer lekker de hei op, nu het nog kan.

Afdelingsdag

‘Dat had ik nou echt helemaal nooit achter jou gezocht, weet je dat?’
‘Wat niet?’ vraag ik. De collega en ik hebben net een kennismakingsgesprek afgerond.
‘Dat je met een vrouw bent!’

Hoe moet ik daar op reageren?
Misschien had ik moeten vragen waarom niet, maar ik wil hem en mijzelf niet in verlegenheid brengen door die vraag en/of het antwoord. Ik zeg alleen maar: ‘Oh.’
We zijn met het middagdeel van de Afdelingsdag gestart, en ik zit er al aardig doorheen.

Samenwerking
Alle zichzelf respecterende grote bedrijven houden afdelingsdagen. Je Eigen Team en de Andere Teams van de Afdeling worden bijeengebracht op een externe locatie, die door de centrale ligging voor iedereen ver reizen is en zelden goed bereikbaar met het OV.

Ter plaatse combineer je inhoudelijke dingen (in de ochtend, bij voorkeur met aftrap door iemand uit de hogere echelons en af te sluiten met een lijst actiepunten of een herijkte strategie) met informele spelletjes (in de middag, met een prijsje voor de winnaars en een foto voor bij het verslag in de nieuwsbrief).
Dit alles om de Samenwerking te bevorderen.
Je sluit af met een borrel.
Als er voldoende budget is krijg je er avondeten bij en kun je na de files weer naar huis.

Sabbatical
Je mag een gegeven uitje niet in de bek kijken, en ik vind mijn collega’s aardig. Ik leer ze graag beter kennen. Ik werk graag beter met ze samen. Heus. Ik ben niet cynisch of ironisch of ondankbaar. Ik bedoel het althans niet cynisch of ironisch of ondankbaar. Ik doe al twintig jaar braaf mee met afdelingsdagen.

Maar ik ben er simpelweg niet voor gebouwd. Ik moet daarna een week op sabbatical, of op z’n minst drie dagen onder een deken in bed liggen, om bij te komen van al die interactie.

Javaanse Schijf
Na het speeddaten spelen we spelletjes met geiten in de wei, en dan is het tijd voor de BBQ. De gastvrouw van de vergaderlocatie-in-het-groen opent het buffet met een toelichting.
‘Hier is een bak met wat vegetarische dingen, want ik heb begrepen dat er een vegetariër bij is.’
Bedremmeld steek ik mijn hand op.
‘Jij mag eerst,‘ zegt ze vriendelijk, ‘en als er wat overblijft mag de rest wat uit die bak nemen.’

De enige vegetariër in een gezelschap van veertig mensen. Ik voel me twintig jaar terug in de tijd gezet.
Opgelaten laat ik me naar het buffet duwen, waar de tijdreis zich voortzet. In de bak ligt, naast gegrilde halumi en paprika, een Javaanse Schijf. Dat is een wat taaie schijf van een ondefinieerbare smaakvrije substantie, in feloranje paneermeel gehuld, die na de jaren negentig geheel terecht in de vergetelheid is geraakt.
Uit beleefdheid leg ik ‘m op mijn bord.

Wakker
‘Dus jij bent vegetarisch!’ zegt iemand tijdens het eten. Het is een constatering, even droog als de schijf op mijn bord, zonder enige blijk van afkeuring of goedkeuring of vervolgvraag.

Hoe moet ik daar op reageren?
Nee, ik ben niet vegetarisch, maar ik eet wel vegetarisch, als ik zo onaardig mag zijn je te verbeteren, en nu ga ik deze zorgvuldig voor mij uit de archieven opgediste Javaanse Schijf opeten, en dan rij ik terug naar mijn vrouw, want die heb ik, of je dat nou verwacht of niet, en dan stort ik neer op de bank, in de wetenschap dat ik straks niet kan slapen en in bed nog urenlang betere reacties lig te verzinnen op vragen en opmerkingen waar ik vandaag niets op wist te zeggen. Niet omdat ik dat wil. Maar omdat het zo werkt.