Groet

In een ver sportief verleden maakte ik kennis met het fenomeen dat hardlopers elkaar onderweg groeten. Met een knikje, een kort opgestoken hand vanaf de pols, soms een amechtig ‘hi’. Zie ons eens hardlopen in de wereld van de niet-hardlopers, jij en ik, wij delen iets bijzonders dat zij niet delen, en dat erkennen wij met een groet.

Uitbundig
Een fenomeen waar ik enthousiast aan meedeed. Het gaat me te ver om het gezellig te noemen, maar er was onmiskenbaar sprake van verbinding, en wie wil er nu geen flits van verbinding voelen, hoe oppervlakkig ook, als hij zichzelf aan het afbeulen is met zoiets als hardlopen? 

Nu ben ik in de overtreffende trap terechtgekomen van de wij-kennen-elkaar-niet-maar-wij-delen-iets-dat-ons-verbindt.
De wereld van de hondenbezitters. 

Bij de hondenbezitters blijft het niet bij een korte groet, nee, de pup en wij worden uitbundig welkom geheten in de gemeenschap. Ik heb in deze eerste week meer mensen gesproken op straat dan in het hele jaar ervoor.
De gesprekken zijn even vriendelijk als nietszeggend.
Maar deze hondensmalltalk beheers ik nog niet zo goed, en ik betwijfel of het ooit een succes gaat worden.

Stilte
De oprechte belangstelling die mensen in onze pup en haar geslacht, leeftijd, ras en karakter hebben is niet wederzijds. Ik doe heus mijn best met veinzen dat het me boeit, maar ik weet nu al dat ik niet onthoud wie reuen en wie teefjes zijn, en of ik al heb teruggevraagd hoe oud de hond is, want dat heb ik niet bij iedereen gedaan, en ik weet ook niet meer aan wie ik het compliment ‘Ze ziet er heel fit uit!’ allemaal al heb gegeven, stom, want andere complimenten ken ik niet, en ik wil niet in herhaling vallen. Bij de honden die er niet fit of schattig uitzagen stond ik met mijn mond vol tanden.
‘Wat een schatje is jullie pup!’
‘Dank je.’
Ongemakkelijke stilte.

Door
Honderden mensen heb ik deze week gesproken over hun dieren. Al die
honderden mensen kom ik de komende week en maand en jaren weer tegen. En ik ben nu al uitgepraat. En uitgeput.

Echt gênant wordt het pas als ik ze tegenkom als ze zonder hond rondlopen, want dan herken ik ze niet. Ik heb naar de honden gekeken tijdens die gesprekjes. 
Ik kan maar beter weer gaan hardlopen, dan kan onze hond meerennen als ze wat groter is, en dan hoef ik alleen een hand op te steken. Dag medehondenbezitter, jij ziet mij, ik zie jou, heel fijn, snel weer door nu.

Dons deel twee

Ik schreef een jaar geleden een blog (Dons) over een ietwat onzinnig plastic label, dat ik aan de winterjassen van de ANWB aantrof. Na wat contact over en weer met een uiterst vriendelijke helpdeskmedewerker, die er ook het nut niet van inzag, bleef uitsluitsel over de door mij gevraagde afschaffing uit. Dus waagde ik mij aan een berichtje op Twitter.

Geen gelukkige keuze
Bedrijven kunnen leuke prijzen winnen met hun webcare-afdeling. Hoe grappiger en snediger je de klagende klant van repliek dient, hoe beter. Ik gun de ANWB best zo’n prijs, en de wereld een bestaan zonder plastic donshulsjes. Een zogeheten win-winsituatie. Dus daar gingen we. 

Ik kreeg reactie. Van verschillende mensen, een verschillend antwoord. 

‘EK’ vertelde mij in een privébericht dat ik nog van ze zou vernemen. 
Daar herinnerde ik hem of haar na een paar weken aan. 
Ik kreeg vervolgens excuses van ‘DB’, die tevens wist te melden dat ze vonden dat het plastic buisje met dons ‘geen gelukkige keuze’ was geweest. Samen met inkoop zouden ze het gebruik gaan heroverwegen.

Afgeschaft
Veel sneller met reageren was ‘WK’. Die deed nergens geheimzinnig over, en reageerde publiekelijk met de belofte dat ze afgeschaft zouden worden. Hulde!

‘Ze voldoen niet aan de verwachtingen,’ was het argument. Wat de verwachtingen van de ANWB waren geweest met betrekking tot plastic hulsjes gevuld met dons aan een jaslabel bleef in het midden, en waarom de hulsjes er niet aan voldeden ook, maar wat kon mij het schelen. Ze werden afgeschaft.

Het was geen plekje in de ‘Duurzame 100’ van dagblad Trouw waard, maar enigszins trots was ik toch wel.

Beloftes
Maar nu is het 2020. En de nieuwe wintercollectie van de ANWB hangt in de winkel. Inclusief de plastic donshulsjes.

Wie A zegt moet B zeggen, dus daar gaan we weer, de ANWB en ik op Twitter.

‘WK’ werkt er nog. We soebatten wat over niet nagekomen beloftes. Maar WK is niet voor één gat te vangen. Hij schrijft: ‘Het productie- en leveringsproces van onze kleding bestrijkt gemakkelijk meer dan een jaar. We gaan die hulsjes heus afschaffen, maar hebben nooit een datum genoemd.’
Ah. Dat is waar.
Als de ANWB ze in 2024 afschaft komen ze nog steeds hun belofte na. Dat moet ik hem nageven.

‘Maar wij hadden je netjes antwoord gegeven op de vraag in je blog en dat heb je nog niet op je site gezet,’ schrijft WK. 

Dat is ook waar. Dat heeft hij nooit gevraagd en ik heb het niet beloofd, maar het is wel waar.
Bij deze dan, WK.

Tennis

‘Kijk ze eens zitten, die lieve meiden en stoere jongens,’ zei een juf bij het afscheid van de oudste leerlingen van de basisschool van mijn dochter. Ik vond dat een beetje sneu voor de lieve jongens en de stoere meiden, maar misschien ben ik overgevoelig voor rolbevestigende stereotyperingen, en het was net in de tijd dat de HEMA afstapte van jongens- en meisjeskleren.

Roots
Ach, de hokjes. Ik weet dat aannames en snelle typeringen bij de mens horen, dat we om te overleven snel moeten kunnen beoordelen of iemand vriend of vijand is, dat er niet altijd tijd is om te kijken wat voor vlees je in de kuip hebt.

Maar dat talent toont zich ook in minder levensbedreigende situaties.
Een collega deed recent een bod op een huis. Of ze daarbij dan ook even op schrift wilde zetten wat voor werk zij en haar partner doen, en waar, en wat ze verdienen.
Het was niet de hypotheekverstrekker die dat vroeg, maar de verkopend makelaar.

Mij is zoiets nog nooit gevraagd als ik een bod op een huis deed.
Toeval? In tegenstelling tot mijn collega en haar man ben ik in Nederland geboren, en getuigen mijn spiegelbeeld en naam niet van roots in het Midden-Oosten.

Werkster
Mijn schoonzus stapte in een bejaardenflat uit de lift, om haar moeder te bezoeken.
‘Werk ze’, zei degene die in de lift achterbleef vriendelijk.
Toeval? Of moet je er vraagtekens bij zetten dat mij dat met mijn niet-Surinaamse uiterlijk nog nooit gezegd is in diezelfde lift?

Hoewel ik veel talenten mis, zoals het talent om zonder stress met meer dan twee pannen te koken, heb ik het vermogen om razendsnel onbewust te oordelen natuurlijk ook. Je kunt zoveel workshops volgen over unconscious bias als je wil, het is een utopie te denken dat je er ooit vrij van zult zijn. Die illusie heb ik dan ook niet.
Maar er naar te oordelen en te veroordelen, dat is een keuze. Erkennen dat je het mis kunt hebben ook.

Norm
Ik vond het raar dat homo’s en lesbiennes hun eigen sportclubs oprichtten. Als je je niet gediscrimineerd wil voelen, en volledig geaccepteerd in de maatschappij, waarom dan afzonderen? We zijn toch allemaal gelijk?

Ik ging eraan voorbij dat het fijn kan zijn om je als homo, al is het maar voor een paar uur per week, te bewegen in een wereld waar hetero niet de norm is, waar je niet de afwijking bent. Want ja, we zijn allemaal gelijk, maar sommigen toch een beetje meer dan anderen.
Dat kwam niet in me op, omdat ik de luxe had een hetero te zijn in een overwegend hetero-wereld, met allemaal hetero’s om mij heen, en ik had daar nooit over hoeven nadenken.

Loslaten
Ik bleek trouwens helemaal niet zo hetero, en won later op een gay tennisclub het clubtoernooi in de laagste klasse. Wat te danken was aan mijn fanatieke dubbelpartner die op alle ballen liep en het feit de halve club op vakantie was, maar ik wil maar zeggen: je bent nooit te oud om te leren tennissen, en ook niet om je aannames te toetsen en vooroordelen los te laten.

Zwijgen

Ik kocht een hoofdkussen, dat bestemd was voor rug- en zijslapers. Er had moeten staan ‘rug- of zijslapers’, want de ene kant bleek bedoeld voor de rugslapers, en de andere voor de zijslapers. Als je beide bent, zoals ik, moet je in het holst van de nacht, als je van je zij naar je rug draait, het kussen omkeren, godbetert.

Excuus
Daarbij heette het van traagschuim te zijn gemaakt, maar het was als slapen op een stapel karton.

Daar zou ik blogs aan kunnen wijden, aan slechte hoofdkussens en grove onwaarheden als ‘de pitloze watermeloen’.
Maar ik doe het niet.
Ik schrijf helemaal nergens over.

Dat komt niet door het slaapgebrek van het kartonnen kussen, of door de vele uren werken, of door mijn tijd slorpende hobby, hoe graag ik dat ook allemaal als excuus zou willen gebruiken.

Distantie
Ik schrijf niet over de sloot desinfecterende handgel die ik bij het betreden van een bankfiliaal verplicht was op te doen (ik drukte zachtjes op het pompje in de enorme emmer, meer symbolisch eigenlijk dan met de bedoeling mijzelf te ontsmetten, maar er kwam zoveel gel uit dat ik minutenlang moest wachten met pinnen tot het was opgedroogd, waardoor ik de boel enorm ophield, terwijl bij een vriendin die in de zorg werkt al drie weken geen desinfecterende gel in het pand meer te vinden is).

Ook niet over de verplichting om niet-beschermende mondkapjes te dragen in het OV.
Of over de wet die in de maak is die mij verplicht afstand te houden van anderen.

Ik ben met stomheid geslagen door deze en andere ontwikkelingen in de wereld, ik weet gewoon niet hoe ik daar met enige nuance of distantie naar moet kijken, laat staan hoe ik zonder iets of iemand volledig af te fakkelen een blog moet schrijven over wat mij bezighoudt.
Ik voel een felheid waar mijn irritatie over de leugen van de pitloze meloen bij verbleekt.

Stil
Maar ik schrijf nou eenmaal makkelijker over futiele ergernissen.
En nu heb ik dus een witer’s block. In tijden waarin stil protest niet volstaat doe ik er het zwijgen toe.

Cirkel

Ik startte een openbaar account op Instagram voor mijn dagelijkse ecolinedoodles. En hoewel ik zou willen dat ik zulke ego-streling niet nodig heb verheug ik me over elke nieuwe volger, zelfs over de besnorde jongens uit India die zwoele selfies met stoere poses afwisselen op hun profiel en me ontvolgen als ik hen niet terugvolg, wat altijd het geval is.

Kraakpand
‘Start een webshop,’ zeiden vriendinnen, die alvast enthousiast een bestelling plaatsten. Ik denk er nog serieus over na ook, alsof ik het nog niet druk genoeg heb. Het zou een betere reden zijn mijn KVK-inschrijving te houden dan het excuus dat ik daar nu voor heb (iets met koffie van de Sligro die ik heel lekker vind en die ik nergens anders kan kopen).

Ooit dacht ik naar de kunstacademie te gaan. Maar de frustratie die tekenen me tijdens het examenjaar opleverde was minstens zo groot als mijn talent, en uiteindelijk leek het me toch niet zo’n wijs plan om als zestienjarige getormenteerde puber af te reizen naar Kampen.

Ik stelde me voor hoe ik me daar vier jaar lang in nog meer frustratie en ellende zou storten, waarna ik als miserabele kunstenaar in een bedompt kraakpand zou leven van mijn eigen creativiteit en een uitkering, en daar vond ik niets romantisch aan.

Waterval
Ik ging wat anders doen.
Jarenlang tekende ik niet tot zelden. Tot ik een paar maanden geleden een oude liefde uit de kast trok en met ecoline en een fineliner aan de slag ging. Het was alsof er een stop werd getrokken uit een stuwdam. Een woeste waterval van tekeningen verscheen. Verslaafd, manisch bijna tekende ik vel na vel vol.
En de stroom is nog niet opgedroogd.

De ecoline staat in een lichte tuinkamer, in een huis dat niets wegheeft van een tochtig donker hol. En getormenteerd ben ik een stuk minder dan op mijn zestiende.

Ik hoef er nu niet van te leven. Niemand hoeft het mooi te vinden wat ik maak, ook de Indiase jongens niet, wat enorm bevrijdend is.

Rond
De kamer waar ik bijna elke avond in doodle was een tekenstudio, in de tuin gebouwd door de tekenaar die dit huis eind jaren vijftig van de vorige eeuw als eerste bewoner betrok.

De cirkel is rond, zo niet voor mij, dan toch in ieder geval voor deze voormalige tekenstudio, en dat is romantiek die me wel bevalt.

Slalepel

Ik krijg ’s avonds tijdens het tandenpoetsen, zonder aanwijsbare oorzaak, een fragmentje van ‘Nur geträumt’ van Nena in mijn hoofd.

Onschuldig
Ik wil het nummer horen. Ik kleed me uit en zoek ondertussen op YouTube. Er is geen clip te vinden, maar hoera, wel geluid, bij een foto van de hoes van het album.

Ik ken die hoes. Het is de eerste elpee die ik kocht in mijn leven. Zeven was ik. Een lp koste een godsvermogen, 25 gulden, ik had er maanden voor gespaard.

Ik luister. Het valt me niet tegen. Het klinkt onschuldig, een soort up-tempo eighties synthesizer rock, met een vleug dance. Ik snap wel dat mijn jonge ik dit leuk vond.

Koud
Ik doe mijn lenzen uit.
Ik laat, al neuriënd, mijn op maat gemaakte oordop vallen. Hij stuitert vrolijk op de maat van ‘Nur geträumt’ over de grond, onder het bed, naar de muur, in het midden bij het hoofdeind.
Hij kost omgerekend wel tien elpee’s, en belangrijker, ik heb hem nodig om te kunnen slapen. Ik wring me half onder bed, maar ik kom er met geen mogelijkheid bij.

Ik ben gedwongen weer naar beneden te lopen, om een slalepel te halen. Ik begin het koud te krijgen. Het is donker onder het bed, en zonder lenzen zie ik niks. Ik moet bijschijnen met de lamp van mijn telefoon, waardoor Nena luid onder bed in mijn oor zingt.
De lol gaat er een beetje af. Maar ik moet en zal dat nummer afluisteren, en mijn oordop redden, anders is mijn nachtrust verloren.

Nachtmerrie
En er is al genoeg om wakker van te liggen. Van dat Coronagebeuren word ik behoorlijk onrustig, en soms zelfs een beetje angstig. Want wat als er later nog eens een Corona komt en ik zit in lockdown in een bejaardenhuis, en elke dag komen er ongevraagd goedbedoelende mensen voor mijn raam nummers van Dries Roelvink en Rene Froger zingen, om de eenzaamheid te verdrijven? Mijn bejaarde hart roept in mijn nachtmerries om Placebo, Soundgarden, Pearl Jam.
Nena desnoods.
Stel je voor, dat dan mijn oordop onder mijn bed rolt.

Goudvis

‘Als je wordt gedoopt dan ga je naar het ziekenhuis en druppelen ze kaarsvet op je,’ zei mijn dochter eens toen ze klein was. We waren nog niet toegekomen aan wat algemene ontwikkeling op geloofsgebied.

Energie
Ik neem niet alle 4200 religieuze stromingen met haar door, maar wat basisbeginselen heeft ze inmiddels wel meegekregen. Zoals dat je geloof vaak afhangt van waar je wiegje heeft gestaan, en dat sommige mensen vinden dat hun religie of overtuiging de enige juiste is en oorlog voeren met mensen die er anders over denken.

Zelf bekijk ik de wereld graag non-duaal, en vanuit de wetenschap (hoewel je ook dat als overtuiging kunt beschouwen, want wat weten we nou helemaal) dat alles energie is.

Ietsisme
Ik gun daarnaast ruimhartig iedereen zijn of haar eigen overtuiging, en ik pretendeer dat mijn dochter zelf mag kiezen wat bij haar past.

Maar ik ben selectief in wat ik haar bijbreng. Of nou ja, laten we zeggen dat ik het gefaseerd aanpak.
Ik heb haar bijvoorbeeld nog niet ingewijd in het bestaan van de reptilians of uitgelegd wat ‘ietsisme’ betekent.

En ik zou, alle ruimhartigheid ten spijt, schrikken als ze besluit om haar goudvis tot oppergod te bestempelen, en haar lotsbestemming in handen legt van het patroon waarin hij of zij – we weten het geslacht niet, dat hoort bij rechtgeaarde goddelijke wezens – het uitgestrooide visvoer opeet.

Vroeger
Ondertussen zit ik met mijn non-duale gedachtegoed in een winterse onesie achter de laptop, omdat het vanmorgen vroeg nog fris was en ik later geen zin had me fatsoenlijk aan te kleden. Ik zit het uitzicht uit de werkkamer beu te raken, en mijmer over vroeger.

In een grijs verleden, in februari om precies te zien, liep ik in een stedentrip op één dag meer stappen dan ik gedurende deze hele lockdown gezet heb.
Ach, vliegen naar het buitenland! Das war einmahl.

Tulp
Ik overweeg religieuze stroming 4201 op te richten, om volledige afstomping te voorkomen. Ik ga de toekomst aflezen aan kaarsvet dat ik bij nieuwe maan op een stralingsvrije tulp druppel. Ik moet alleen nog even een naam bedenken en er een boek over schrijven.

Of misschien moet ik me morgen gewoon weer normaal aankleden.

Lockdown

Ook als de dagen zich aaneenrijgen in een schier eindeloze reeks verplaatsingen van de ene naar de andere kamer kun je nieuwe dingen meemaken. En dan bedoel ik niet in de categorie ‘ik werd vandaag voor het eerst van mijn leven wakker op 7 april 2020,’ of ‘ik kreeg van mijn dochter uitgelegd wat een “garagewoord” is.’

Vier
Allemaal ook waar, maar ik probeer oog te houden voor de kleine bijzondere dingen. Zo begroef ik voor het eerst van mijn leven samen met een snikkend kind een goudvis in de tuin, en zag ik twee mussen paren (niet op het grafje gelukkig). Dat laatste was tijdens een training die online werd gegeven en vier uur duurde, wat ongeveer drie uur te lang is.
Iedereen deed erg zijn best wat van de sessie te maken, wat alleen maar benadrukte hoe ontzettend behelpen het was.

Onderbreking
Ik zie de voordelen. Het opstaan zonder steeds op de klok te moeten kijken of we al op pad moeten, de stilte op straat van de lege snelweg en de geparkeerde vliegtuigen, de mogelijkheid om elke werkdag in joggingbroek door te brengen.

Maar het voelt soms ook alsof het hele huis een werkplek is geworden, en alsof slapen, eten en schrijven niets anders een onderbreking van het werken zijn.

Mijn dochter, die zich verbazingwekkend goed houdt onder het gebrek aan aandacht overdag, doet het fantastisch. Het is voor haar genoeg dat we er zijn, ze moppert niet over de vele calls die we voeren en de gehaaste hulp bij het huiswerk.

Vrij
Ik produceerde in jachtig tempo een serie ecolinetekeningen en startte er een Instagramaccount voor op.
Ook nog nooit eerder gedaan.

Ik heb een foto gemaakt van de flirterige mussen, die zich daar niets van aantrokken, en hem aan mijn dochter laten zien.
Ik wijs haar op de tortelduif die elke dag takjes uit de tuin haalt voor een nest.

Het leidt een beetje af van het verdriet over de dode vis, zoals het mij afleidt van het gevoel chronisch aan het werk te zijn.
Ik neem een dagje vrij. Ik ga lekker in de tuin zitten bij de mussen en de duif.

Rucola

Mensen kwamen tot rust, ze kwamen nader tot elkaar, en er ontstond meer verbinding, liefde en creativiteit. Zo prediken hoopvolle teksten op social media, die niet zozeer bedoeld lijken als actuele beschrijving van de situatie, als wel een ‘als we het met z’n allen maar heel hard roepen wordt het misschien waar.’

Beweging
Ik ben voor verbinding, liefde en creativiteit, maar mijn week zag er allesbehalve zen uit. Ik had heel veel werk te doen en we probeerden twee fulltimebanen te combineren met huiswerkbegeleiding en entertainment voor een negenjarige, wat ik geen sinecure vond.

Het leek me pedagogisch verantwoord dat mijn dochter me een Tiktok-dansje zou leren. Een zelfbedachte thuisschoolopdracht met een uitgelezen combinatie van beweging, creativiteit en humor. Ze mocht het online zetten (de drie klasgenoten die haar besloten account volgen zijn dat filmpje vergeten tegen de tijd dat we elkaar op het schoolplein terugzien, gok ik).

Restaurant
Daarna dook ik weer snel een call in, en keek naar collega’s die hun pak en stropdas hadden verwisseld voor een sweater. Ook ik borstel mijn haar netjes op deze thuiswerkdagen, want voor je het weet verlies je alle gevoel voor decorum, en waar zijn we dan nog.

Toen de horeca dicht moest kwamen er ’s avonds mensen aan de deur. Of we eieren wilden kopen, en melk, dat kwamen ze dan morgen brengen, want ze hadden hun restaurant moeten sluiten.
We hadden genoeg, maar kochten uit saamhorigheid tien eitjes. Of we dan ook wat rucola wilden. Ja hoor.

Boekenkast
Hoe ouder de collega, hoe groter de kans op een grenen boekenkast op de achtergrond, constateer ik trouwens na een week videobellen.

Het bleek een industriële hoeveelheid rucola te betreffen, want restaurants kopen niet klein in. We eten dus al de hele week rucola, in zo’n beetje alles waar het door kan, en de hoeveelheid is niet geslonken.
Ik klaag niet, want wij hebben het goed, al denk ik dat ik voorlopig even geen rucola hoef, als dit achter de rug is.

Nu gaan de kappers dicht. Het videobellen is waarschijnlijk geen lang leven beschoren.

Morgen weer een Tiktokdansje.

Baan

Ik begon aan een nieuwe baan. Ik gaf de extra parttime dag op die ik mijzelf anderhalf jaar geleden cadeau had gedaan, en ging aan de slag als manager van een team verspreid over drie locaties in het land.

Voorbeeldgedrag
‘Kun je nog wel bloggen, als je leidinggeeft en weet dat iedereen mee kan lezen?’ vroeg een vriendin, voordat ik begon.

Dat had ik me ook afgevraagd. Pas ik straks zelfcensuur toe? Mag ik nog wel schrijven over alle dingen die mij opvallen, ook als het op kantoor is? Is het wel het juiste voorbeeldgedrag, je ietwat gênante binnenwereld online delen, in de wetenschap dat ook de mensen over wiens werk ik jaarlijks een oordeel moet vellen mee kunnen lezen?

Diversiteit
Ik nam me voor om me niet door mijn nieuwe rol te laten weerhouden, geen blad voor de mond te nemen. Ik schreef voorafgaand aan deze benoeming ook al, ze wisten wat ze in huis haalden.

Ik mag bijvoorbeeld best schrijven dat ik het opvallend vind dat ik word uitgenodigd voor een interne bijeenkomst over diversiteit en inclusiviteit (waarvoor dank! Ik juich beide toe!) door een gezelschap dat uitsluitend uit vrouwen bestaat, als ik dat zou willen, dus wie weet doe ik dat nog eens.

Bijkomen
De naderende drukte baarde me meer zorgen.
‘Heb ik dan nog wel tijd om blogs schrijven?’ vroeg ik mij van tevoren af.
‘Heb ik nog wel voldoende rust en inspiratie? Staat mijn hoofd ernaar, als ik meer uren werk en andere verantwoordelijkheden krijg?’

Ik wilde mezelf geen druk opleggen, ik zou het wel zien.

Mijn laatste blog plaatste ik ruim een maand geleden, een paar dagen voor ik aan de baan begon. Het antwoord op de eerste vraag dus zou nee kunnen luiden.

Maar als ik streng ben slaat dat nergens op. Ik werk geen tachtig uur in de week, ik had best tijd. Ik heb ervoor gekozen mijn tijd aan iets anders te besteden. Aan bijkomen, grotendeels. Van alle kennismakingsgesprekken, het reizen, mijn mailbox en agenda onder controle houden, nieuwe informatie tot me nemen.
Ik had gewoon andere prioriteiten.

Lekker
En dan zijn er dus minder blogs. Who cares?

Nou, niemand dus, want er was geen mens die mij vroeg waar ze bleven.
Wat mij – ik bekijk de zaken graag positief – bevestigt dat ik lekker door kan schrijven zonder dat daar iemand om maalt.