Drankbon

Mijn middelbare school houdt een reünie. Het komt meerdere malen langszij via social media. Ik neig naar een nee, maar er blijken vrienden te gaan, dus het wikken en wegen kan beginnen. Ik klik de status ‘Geïnteresseerd’ aan.

Toilet
Je moet bij de aanmelding vooraf kiezen voor twee drankbonnen, twee drankbonnen + een broodje of twee drankbonnen + buffet. Wie verzint zoiets, anders dan de mensen die over de inkoop van het eten gaan en geen voedsel willen verspillen?
Een nobel streven, maar dit is een middelbareschoolreunie.

Loop je na een half uur tot op het bot verveeld het pand uit? Of trekt de conciërge je tegen sluitingstijd van de toiletten, waar je net als vroeger beschonken een sigaret probeert op te steken, hoewel je al jaren niet meer rookt?
Onmogelijk vooraf te bepalen.

Piloot
De mensen van school die ik nog steeds zie of volg, volg of zie ik nog steeds, dus daar hoef ik niet voor te gaan, en anderen zie ik niet voor niets niet meer. Van de in betweens weet ik vaak de naam niet eens, wat gênante situaties oplevert, die ik ook zonder reünie al vaak genoeg heb.

De mensen waar ik nieuwsgierig naar ben – zo had ik een blauwe maandag verkering met L., die piloot is geworden, op social media kan ik hem niet vinden – zijn er natuurlijk niet. En dan hebben we het nog niet eens over ingewikkelde zaken als antwoord geven op de vraag ‘Wat doe jij tegenwoordig in het leven’.

Humus
Ik laat mijn keuze nogal ruggengraatloos afhangen van of er voldoende mensen gaan waar ik met plezier een middag mee doorbreng, en die blijken er te zijn, en lastige vragen hoef ik van hen niet te verwachten.

Ik zet mijn pijlen op twee drankbonnen + broodje.
Dieetwensen mogen per mail worden ingediend.
Een volkoren speltbroodje graag, met vegetarisch beleg, zoiets als gegrilde groenten met truffelmayonaise, zonder boter alstublieft.

Guilty pleasure

Tijdens een kennismakingsbijeenkomst van een netwerk krijgt iedereen de vraag wat onze guilty pleasures zijn.
Ik blijk als enige in het gezelschap geen guilty pleasure te hebben.
‘Ik vind een heleboel dingen leuk, ik heb pleasures genoeg. Maar over niet één daarvan voel ik me schuldig,’ zeg ik, ter verklaring.

Ik bleek het allemaal weer te letterlijk te nemen, want het eigenlijke doel was dat je iets over jezelf vertelde dat anderen grappig zouden kunnen vinden, of een tikje gênant, en bij voorkeur iets dat niemand achter je gezocht zou hebben.

Vliegveld
Het is trouwens niet waar dat ik me nergens schuldig over voel, of dat ik niets aan mijn eigen gewoontes gênant vind.
In afwachting van een bus downloadde ik in de lobby van een Grieks hotel eens een spelletje op mijn iPad. Iets met een vliegveld en een stadje dat je moest uitbouwen.

Ik heb dat spel in de drie jaar die volgden elke dag gespeeld. Dat moest, want alleen als je elke dag speelde kreeg je steeds grotere beloningen, en ik ben een sucker voor zulk soort dingen. Er kwamen ook nog tijdelijke evenementen bij, met beloningen die ik natuurlijk óók allemaal moest hebben.

Operaties, vakanties, volgeplande dagen met avondevenementen, niets verstoorde mijn routine. Ik beschouwde het als mijn hoofd leegmaken, een dagelijkse portie mindless niksen.
Tot ik er zelf zat van was – rijkelijk laat, dat geef ik toe – en het spel de rug toekeerde.
Ik had die speeltijd natuurlijk veel beter aan andere dingen kunnen besteden.

Skills
Maar ja.
Om dat nou te delen op een netwerkborrel. Dan moet ik ook vertellen dat ik de draad na een jaar weer oppakte, een nieuw vliegveld en stadje begon en de geschiedenis zich herhaalde.
Deze keer was ik er na anderhalf jaar klaar mee, dat wel.
Nu heb ik tijd te over om aan mijn netwerkborrel-skills te werken.

Niche

Ik leerde via LinkedIn iemand kennen die het liften promoot als wijze van vervoer. Een boek en een TED Talk over alle belevenissen en voordelen van liften incluis.
Daar smul ik van. Wat een verrukkelijke niche, en wat moet het fijn zijn om je bestemming in het leven gevonden te hebben (liftend, in dit specifieke geval).

Flow
Ik ben geen schrijver van een boek over herstellen van burn-out met behulp van paardencoaching, of organisatiefilosoof voor het MKB in de metaalsector.
Ik heb geen niche, geen specialisme.
Ik heb, kortom, geen uitgesproken passie.

Het voelt als een gemis, want ik word erg opgewekt van mensen die hun passie kennen en daar vol voor gaan. Die in een flow zitten en de wereld mooier maken vanuit een bezielde overtuiging.
Ik gun mijzelf ook zo’n onderwerp, iets dat identiteit en richting verschaft, een missie die een helder licht schijnt op al mijn keuzes.
De behoefte om iets wezenlijks bij te dragen groeit.
Maar hoe? Met wat?

Hobby
Ik schrijf graag, maar niet fulltime of over één thema. Ik raap wel eens zwerfafval, maar niet pur sang. Ik coach, maar niet volgens een favoriete specifieke methodiek. Opleidingen volgen vind ik heerlijk. Teksten redigeren: I like it. En er is meer dat mij bekoort.
Maar bij de vraag ‘Wat is je hobby’ sla ik al dicht.
Poezen aaien die ik op straat tegenkom?

Ook op het werk combineer ik meerdere rollen.
‘Werkt in zakelijke dienstverlening,’ is mijn functiebeschrijving op LinkedIn, bij gebrek aan een passende functienaam. Zit ik bij HR? Werk ik in de kantine? Doe ik compliance, incasso, de receptie? Joost mag het weten.
Recruiters scrollen snel door, geagiteerd door deze generieke non-informatie.

Puzzel
Mijn hart gaat van veel dingen sneller kloppen. En als ik iets heb ontdekt en uitgeprobeerd, neergezet en vorm heb gegeven krijg ik zin in wat nieuws.

En ik weet nog niet hoe dat allemaal samenkomt, later als ik groot ben.
Maar later is nu. Ik ben al heel lang groot. En ik ben drukker met de reis dan de bestemming.

Voorlopig ga ik maar gewoon door met dingen doen die me blij maken.
Ooit vallen de puzzelstukjes in elkaar.
Of misschien is alles al goed zoals het is. Kan dat ook een profielbeschrijving zijn?

Walvis

Dat je lichaam na je veertigste minder eten nodig heeft weet ik al een tijdje, maar niemand heeft mijn maag over dit gegeven geïnformeerd, die hongerig blijft als van een kind in de groei.
Met vergelijkbaar effect, zo blijkt nu.

Rondingen
Maar mijn kleren groeien niet mee. Ik ben de vleesgeworden meme, waarin mijn hart om chocola vraagt, maar mijn jeans ‘For the love of god woman, eat a salad’ roepen.
Hartelijk lachte ik vroeger, argeloze dertiger, om dat plaatje. Onwetend van de kilo’s die komen zouden.

Ik weet heus wel wat ik aan dit probleem moet doen, maar een kat in een nauwe spijkerbroek maakt rare sprongen.
Kort overweeg ik of ik een vrouw kan zijn die haar rondingen omarmt. Ik kan een carrière als plussize-model opstarten op Instagram, of in een badschuimreclame figureren als ‘the curvy one’.

Dit vereist in ieder geval de minste aanpassingen aan mijn levensstijl. Ik hoef alleen een nieuwe garderobe aan te schaffen, eentje op de groei, en alle problemen zijn opgelost.

Excuus
Alles vervangen is echter wel wat duur, en weinig milieubewust.
Daarbij hou ik van de kleren die ik al heb, en niet van winkelen.

Mijn geweten wijst me er bovendien fijntjes op dat ‘omarmen’ niets meer of minder dan een excuus is om niets te doen, verpakt in een bedrieglijk zelfacceptatie-doosje.
De weg van de minste weerstand.
Een ongezonde weg ook.

Minder
Blijven over: meer bewegen en/of minder eten.
Sodeju. Het leven van een drie-en-veertiger gaat duidelijk niet over rozen.
Maar dit is een makkelijke keuze, want meer sporten acht ik net zo’n realistisch plan als het opstarten van een succesvolle plussize modellencarrière.
Eentje in de categorie ‘als het echt moet kan het altijd nog’.

We gaan dus gezonder eten. En iets minder dan voorheen.
En dan zien we wel waar het schip strandt.
Of de walvis, als het mislukt.

Dons

Onlangs kocht een gezinslid een winterjas van een merk dat ik niet zal noemen, het oerdegelijke huismerk van een oer-Hollandse belangenvereniging voor fietsers en automobilisten, die ik ook niet bij naam zal noemen, want als ik met pech langs de weg sta wil ik dat ze me komen helpen, ondanks plasticlabel-gate.

Hulsje
Ik draag niet zo veel bij aan het huishouden, maar ik heb mijn taakjes, zoals de was doen, en het opbergen van de bijgeleverde reserveknopen van nieuwe kleren die het huis in komen.

Aan het label van de jas tref ik een doorzichtig plastic hulsje, met de lengte en dikte van mijn pink, gevuld met dons, met daarop de letters ‘DONS’. Ook staat op de labelkaartjes uitvoerig beschreven dat het een jas is, gevuld met dons. Het kan niemand ontgaan dat deze jas gevuld is met dons.

Prullenbak
Ik ben geen dons-activist. Ik ben sowieso maar sporadisch te betrappen op activisme. Maar mijn brein, blijkbaar in voor een strijdlustig verzetje, focust op het plastic omhulsel met dons.

Het hulsje vervult ontzettend geen enkele functie, behalve misschien dat het de nieuwsgierigheid bevredigt van de mensen die niet weten hoe dons er uitziet. En ook dan zal het, na een blik op de inhoud, in de prullenbak worden gegooid.
De stuitende zinloosheid ervan laat me niet los.

Revolutie
Het is tijd voor actie, met mopperen verander je de wereld niet.
Ik moet mijn werk bellen en melden dat ik thuisblijf als klimaatspijbelaar.

Nee, beter van niet.
Een mailtje aan het kledingmerk wordt het.

Ik heb hooggespannen verwachtingen. Ik ontketen vanaf de bank eigenhandig een plasticvrije winterjaslabelrevolutie, met mijn oprisping van fanatisme.

Memo
Ondertussen verkneukelt de klachtafdeling zich over mijn mail.
‘Jongens, moet je horen, ik heb een klacht binnen over een jas. Nou ja, niet echt over de jas, maar over dat plastic dons-ding, dat aan de productinformatiekaarten hangt. Wie moet daar antwoord op geven?’
‘Het plastic wattes?’
‘Kijk, ze heeft een foto meegestuurd. Dat dingetje met dons erin.’

Het memo waarin werd besloten de plastic donscapsules aan de jassen te hangen is onvindbaar, er kan niemand ter verantwoording worden geroepen. Het is niet duidelijk wie hier een knoop over moet doorhakken, marketing en productie en public affairs wijzen naar elkaar.
De klacht verhuist naar de backlog en leidt daar een slapend bestaan.
Het gevogelte in de donsfabriek blijft zacht snaterend plastic hulsjes vullen met hun mooiste dons.
Ik wacht vergeefs op antwoord.

Dons.png

Kinderen

‘Ik heb niets met kinderen,’ hoor ik regelmatig zeggen.
Ik zeg het zelf ook wel eens, waarmee ik bedoel dat als je mij een dag in een kinderopvang zou neerzetten, je me weg kan dragen. Dan ben ik overspannen, en de kinderen waarschijnlijk ook.

Ontregelend
Daarom werk ik daar niet, ik ken mijn beperkingen.
Ik ben niet goed met chaos, herrie en drie vragen tegelijk beantwoorden, dus je kunt gevoeglijk concluderen dat ik niet veel op heb met het ontregelende gedrag dat kinderen in elkaars gezelschap vertonen.

Maar dat is niet hetzelfde als wat ik met die uitspraak zeg.
Het is daarnaast een beetje kort door de bocht. Ik heb notabene zelf kinderen, waarvan eentje nog lang niet volwassen.

Aparte diersoort
Toen ik klein was vond ik het een vreemde opmerking, ‘niets met kinderen hebben’.
Kinderen waren toch geen aparte soort, waar je, net als aan honden of katten, een hekel aan kon hebben?
De mensen die dat zeiden waren niet eens zo lang geleden zelf kind geweest. Was het dan zoveel anders om volwassen te zijn?
Hadden ze zichzelf ook stom gevonden, toen ze nog jong waren?
Of waren ze compleet vergeten dat ze kind waren geweest?

Het maakte me er erg bewust van dat ik een kind was.
Ik vreesde dat als ik zelf volwassen was, ik ook naar kinderen zou kijken als naar een andere diersoort.
Dan zou ik misschien ook wel vergeten hoe dat was, kind zijn.

Verschillen
Nu heb ik een bredere kijk op de zaak, want ik ben beide soorten geweest.
Toegegeven, ik constateer verschillen waar ik als kind niet bij stilstond.

Mijn vriendinnen eten hun ontbijt zonder oeverloos getreuzel, stampen de trap niet op als ze hongerig zijn en geen chips mogen, en ze smeren geen snot af aan kleren, banken en volwassenen die ze niet kennen, zoals peuters doen.
Ze onderbreken mijn conversaties niet om de haverklap.
Mede daarom breng ik mijn tijd graag met ze door.

Met mijn dochter van negen breng ik evenwel ook graag tijd door, en dat is een understatement. Ze verdient niets minder dan alle liefde. En ik hou van haar precies zoals ze is. Ook als ze boos de trap op stampt.

Er is een verschil tussen wie ze is en wat ze doet. We zijn gelijkwaardig, maar we gedragen ons niet gelijk, zij en ik.
De uitspraak ‘Ik heb niet veel met kinderen’ negeert dat verschil geheel onterecht.

Gewaardeerd
Ik ben niet vergeten hoe het is om kind te zijn.
Ik ben ook niet vergeten hoe het was als mensen mij leuk vonden omdat ik een kind was. Of fijner nog, gewoon omdat ik was wie ik was.
Ik vond het fijn om me gezien en gewaardeerd te voelen.

Daar is niets aan veranderd.
En dat schenk ik mijn dochter ook.
Ik zal het niet meer zeggen.

Bowlen

Onze dochter wil graag een keer bowlen op het vakantiepark. Met de hittegolf over zijn piek en ons verblijf bijna ten einde reserveren we een baan.
‘Nodig G. en zijn zusje ook maar uit,’ zeggen we.

Bucketlist
Met G en zijn zusje is ze bevriend, al sinds de dag van aankomst.
Het is voor ons gebleven bij oppervlakkige groeten uitwisselen met G’s ouders. Ik beschouw kennismaken ondertussen als een gepasseerd station.
Kennismaken staat daarnaast niet op onze vakantie-bucketlist.

‘Wij vinden bowlen ook heel leuk’, zeggen G’s ouders. We maken expliciet duidelijk dat de uitnodiging van onze dochter alleen de kinderen betreft.
Denken we.
Als we G en zijn zusje ophalen komen ze mee.

Smalltalk
Enigszins verbouwereerd trek ik mijn bowlingschoenen aan.
Ik wil er niet te zwaar aan tillen. Ik heb voor heter vuren gestaan dan een ongepland uur smalltalk met mensen die uit eigen beweging meebowlen.
Soms komen de mooiste gesprekken uit onverwachte ontmoetingen, zeg ik tegen mezelf.

Dit is niet zo’n ontmoeting.

Dubbeldip
Hij biecht met schuchtere blik een bowlingverleden op.
‘Eén van onze eerste dates was een avond bowlen,’ zegt zij, met een sluimerend restje trots in haar ogen. Het heeft iets innemends, maar het verklaart niet waarom ze spontaan bij ons aanklampen, en hij wint ook niet.

De rest van de tijd moedigen we elkaars kinderen aan en wisselen irrelevante vakantiepark-ervaringen uit. Op een schaal van ‘totale ramp’ tot ‘diepe verbondenheid’ scoort het uur een oppervlakkige ‘naar omstandigheden redelijk gezellig’.

Zij doopt snacks waar ze al een hap van heeft genomen opnieuw in de saus. Het is meer opgedrongen intimiteit dan ik aan kan.

Vraag
Na afloop evalueren mijn vrouw en ik de kennismaking.
‘Hebben ze jou een vraag gesteld? Over wat dan ook?’ vraag ik.
‘Nee,’ zegt mijn vrouw, ‘Al die tijd niet, nergens over. Jou?’
‘Niets,’ zeg ik.