Project

‘Waar beginnen ze aan? Ik krijg al stress als ik er naar kijk,’ denk ik doorgaans, als we met een aangename mengeling van afschuw en fascinatie kijken naar uit de hand gelopen verbouwingen in ‘Bouwval gezocht’. Wat we graag doen.
Zelf kochten we een goed onderhouden huis uit de jaren vijftig, waar niets aan mankeerde. Nou ja, als je aan de oppervlakte keek dan.

Schroevendraaier
De keuken in ons nieuwe huis willen we niet. Een echtpaar komt er op af, al twee jaar zoeken ze op Marktplaats een keuken van precies deze maat. Ze kunnen snel terugkomen om hem mee te nemen. Ik ben opgelucht, en zak zonder al te veel protest flink in prijs.

De man van het stel komt de keuken een paar dagen later ’s avonds ophalen. Vier jongens volgen in zijn kielzog. Ze torsen een accuboor en een setje schroevendraaiers van de Action mee, nog nieuw in de verpakking.
‘Zullen we eerst even afrekenen?’ zeg ik, en sla alle pogingen om nogmaals in prijs te zakken dapper in de wind.

Project
‘Wauw, mevrouw, dat is een flinke verbouwing,’ zegt één van de jongens prijzend. Hij inspecteert de gestripte plafonds, de losse radiatoren en de bouwput naast de keuken, waar net beton in is gestort.
Mijn eigen ‘Bouwval gezocht’. De verbouwing behelst wat meer dan gepland, en dat is een understatement. Maar we houden moed.
‘Ja he?’ zeg ik opgewekt, ‘het is nogal een project.’
Dat we over drie weken al moeten verhuizen zeg ik niet.

Ze werpen zich op het demonteren van het keukenblok. Na een kwartier laatjes open en dicht trekken en wat snijden in de kit (een nieuw stanleymes hebben ze ook mee) komt de jongen die onder de indruk was van de chaos naar me toe. Er is welgeteld één ladefront los, dat niet los had gehoeven.
‘Mevrouw, kent u iemand die de keuken er voor ons uit kan halen vanavond?’
Helaas, nee, die ken ik niet.
Hij gaat iemand bellen.

Nieuw haar
‘Ja, nee, je moet komen, je komt niet voor niets, je komt echt voor iets, je weet toch. Wacht, ik geef je de Bolle’, hoor ik hem in de gang zeggen. De jongen die de Bolle wordt genoemd komt even later op me af. Hij heeft inderdaad een flink postuur.
‘We hebben geslijmd’, zegt hij met een knipoog, ‘over anderhalf uur is hier iemand die weet hoe het moet.’

Anderhalf uur later wordt de keuken in een oogwenk vakkundig uit elkaar gehaald en een busje in gedragen door het gezelschap.
Maar niet door de Bolle.
‘Ik mag me niet inspannen,’ zegt hij. ‘Ik heb net nieuw haar.’
Hij toont me de bovenkant van zijn schedel.
‘Ziet er goed uit,’ zeg ik beleefd. Ik heb geen idee waarom hij mee is.
‘Zeven uur in een stoel gezeten voor dit stukje haar, was echt zwaar. En die prikken waren pijnlijk hoor, je weet toch. Over een half jaar moet ik terug voor de rest.’

Tegen die tijd is onze verbouwing denk ik ook wel klaar.