Willekeur

Sommige mensen kunnen een moment aanwijzen waarop voor hen alles anders werd in hun leven, een kantelpunt, waarna alles in de tijd wordt afgezet tegen ‘ervoor’ en ‘vanaf toen’. Iets deed ze het roer omgooien, hun oude leven achter zich laten, overtuigingen afwerpen, ze kijken sindsdien met andere ogen naar de wereld.

Sturing
Ik heb zo’n mijlpaal niet. Mijn leven is een aaneenschakeling van ogenschijnlijk willekeurige momenten waarop de koers wijzigde, vaak samenhangend met een vraag of opmerking van iemand anders, waardoor ik me niet aan de indruk kan onttrekken dat alles ook volstrekt anders had kunnen lopen, of dat enige sturing mijnerzijds ontbreekt.

Rechten, psychologie, geschiedenis, het leken me allemaal interessante studies, hoewel niet allemaal even nuttig.
‘Ga je mee naar een open dag?’ vroeg een vriendin. Ik toog voor de gezelligheid mee naar een opleiding die ik niet overwoog.
Vier jaar later rondden we allebei de opleiding Cultuur en Beleid af (hoog genoteerd in de categorie ‘interessant maar niet erg nuttig’).

Keelpijn
‘Heb je er wel eens over nagedacht teamleider te worden?’ vroeg iemand een paar jaar later.
‘Nee, maar ik zal me er eens in verdiepen,’ zei ik, en vervolgens was ik tien jaar lang leidinggevende. God mag weten welke carrière ik was opgestart als hij die vraag niet had gesteld, omdat hij die dag keelpijn had, of het zich voornam maar het me vergat te zeggen.

Spijt
Toen ik teamleider wilde worden had ik onder meer een selectiegesprek met twee managers. Die vroegen of ik spijt had van mijn studiekeuze, toen ik vertelde dat ik me er kostelijk mee had vermaakt, maar dat ik niet de ambitie had om er iets mee te doen.
‘Nee,’ zei ik, ‘dat heb ik niet.’

Ze vroegen het voor de zekerheid nog drie keer.
Ik had er leuke dingen geleerd, ik had er fijne vriendinnen aan overgehouden, en een diploma. Goed, inhoudelijk gezien was het een – en ik druk dit mild uit – wat magere opleiding, maar daar was nu niets meer aan te doen. Wat wilden die mannen van me horen? Ik vind spijt doorgaans niet erg zinnig.

Morgen
Waren sommige vragen niet aan me gesteld dan had ik vast een ander pad gekozen. Maar ik had ze ook naast me neer kunnen leggen, zoals ik talloze andere suggesties niet heb opgevolgd. Dat kun je geen willekeur noemen.
Ik koos wat ik koos, en hier sta ik.

Ik kan nog steeds honderd andere keuzes maken, vandaag nog. En morgen weer. Dat is geruststellend.
Maar ik hoef niet zo nodig.
En dat is ook geruststellend.

Paranimf

‘Het leven is een feest, maar je moet zelf de slingers ophangen,’ zei een directeur waar ik in een grijs verleden voor werkte. Hij ging ruim voor zijn 60ste met pensioen, klaar om in de daaropvolgende winter de villa te bewonen die hij tijdens zijn laatste werkjaar in Spanje had laten bouwen, dus van slingers ophangen had hij wel kaas gegeten.

Zinloosheid
Ik had wat twijfels bij dat motto, en ik was er niet zo goed in. Misschien is het makkelijker feesten als je een directeur-eindloonpensioen hebt en een tweede huis, dacht ik, als ik weer eens bouwtekeningen naar Spanje stond te faxen, waarna ik per metro terugreisde naar de schimmige flat in de Bijlmer die ik onderhuurde.

Ik klaag niet, want het was een ruime flat, althans, dat was het geweest voordat ‘ie in twee halve flats was opgesplitst, en op 38 vierkante meter kun je met z’n tweeën nog steeds heel veel slingers ophangen, als je de kunst verstaat.

Ik had de pubertijd toen weliswaar al van me afgeschud, maar het donkere besef dat er een zekere zinloosheid aan het leven kleeft had me niet verlaten. En als je voor een privéaangelegenheid van een directeur een uur lang staat te faxen bekruipt je onwillekeurig het gevoel dat je niet veel bijdraagt aan het welzijn van de mensheid. Feestelijk voelde het in ieder geval niet.

Met volle teugen
Mijn directeur liet zich niet uit het veld slaan door mijn passief-agressieve gewapper met bouwtekeningen en bleef vrolijk. Op zijn afscheidsreceptie, gehouden in een paleiszaal met de uitstraling van Versailles, mocht ik als paranimf opdraven. Een rol die mij van nature niet erg ligt, want het vraagt dat je blij glimlacht tegen alle tweehonderd gasten en dat je de familie van de pensionaris tijdig van drankjes voorziet en dat je de afscheidscadeaus een beetje georganiseerd verzamelt en ik vond dat allemaal reuze ingewikkeld. En je moet ook nog eens tot het eind blijven.
Maar zijn feest was hem van harte gegund, dat wel, ook door mij. En hij genoot met volle teugen.

Weids en groen
Hoewel de tijden van de Bijlmer en de fax ver achter mij liggen denk ik met een glimlach terug aan zijn motto. Mijn vertaling, na wat oefening met de uitvoering ervan, luidt dat je kunt kiezen hoe je kijkt naar wat het leven je presenteert. Als er gefaxt moet worden in het leven, doe je dat dan mokkend of fax je met een berustende glimlach?

Of als je in de Bijlmer woont, en dat was destijds bepaald geen Versailles, baal je dan van de koelkasten die op het gras zijn gedumpt onder de balkons of geniet je ook van het weidse uitzicht, de hoge bomen en het vele groen tussen de flats?
Ik koos het laatste, want dankbaarheid blijkt een uitstekend medicijn tegen zinloosheid.
En ik ben nog steeds ontzettend dankbaar dat ik maar één keer in mijn leven paranimf heb hoeven zijn.